Daar waren ze. Tranen. Met tuiten.
Echt tui-ten.
Ze kon niet anders dan wenen. En wenen.
Ohja. En wenen.
Niet daarom en daardoor.
Een beetje maar.
Onverwerkt verdriet.
Frustratie. Stress.
Blijdschap. Opluchting.
En het deed goed.
Achteraf gezien.
Had het deugd gedaan.
Soms moet een mens eens wenen.
Soms. Maar niet teveel.