Wachten op liefde
Wachten op iets
Het komt alleen als je niet wacht.
Wacht niet op iemand
Wacht niet langer op iets
Dan zal ze komen... onverwachts.
Het is een zin uit een boek
En het klinkt allemaal mooi
Maar waarom loopt het meestal fout.
Is de warmte weer zoek
Is de kamer plots koud
Zo word ik nog niet-wachtend oud.
In mijn hoofd, in mijn hoofd
Ben ik nog niet aan het begin
En ik wacht, en ik wacht
Op degene die ik bemin.
Lijven en lusten
Niets is mij vreemd
Ik raakte mij al zo vaak kwijt.
In loze verhalen
Verdwalend in lust
Het begint met: "ik had ze beter niet gekust!".
Maar de maan is weer vol
En ik val uit mijn rol
De onrust heeft mij in haar macht.
Dus, doe de glazen maar vol
We leven toch voor de lol.
Ik wacht wel op niemand deze nacht.
In mijn hoofd, in mijn hoofd
Ben ik nog niet aan het begin
En ik wacht, en ik wacht
Op degene die ik bemin.
Pieter Embrechts - Wachten
Beste.
Ze wist niet hoe ze zich moest voelen.
Teleurgesteld.
Omdat het weer maar eens was gelopen zoals altijd. Terug naar af.
Omdat ze stiekem een heel klein beetje had gehoopt op een andere afloop.
Ook al wist ze het wel. Het is geen goed plan.
Maar vooral.
Opgelucht.
Omdat hij had gezegd wat zij hoorde te zeggen. Omdat hij de woorden had uitgesproken.
Het was niet geweest zoals het zou moeten geweest zijn.
Te gezellig.
Omdat ze schrik had gehad voor het onbekende.
Iets wat nu weer op de lange baan kon worden geschoven.
In elk geval wist ze dat het het beste was wat haar vandaag kon overkomen.
Teleurgesteld.
Omdat het weer maar eens was gelopen zoals altijd. Terug naar af.
Omdat ze stiekem een heel klein beetje had gehoopt op een andere afloop.
Ook al wist ze het wel. Het is geen goed plan.
Maar vooral.
Opgelucht.
Omdat hij had gezegd wat zij hoorde te zeggen. Omdat hij de woorden had uitgesproken.
Het was niet geweest zoals het zou moeten geweest zijn.
Te gezellig.
Omdat ze schrik had gehad voor het onbekende.
Iets wat nu weer op de lange baan kon worden geschoven.
In elk geval wist ze dat het het beste was wat haar vandaag kon overkomen.
Bezoek.
Ze vindt het gek.
Dat enkel nog blaadjes aan de toppen van de takken blijven hangen.
Alsof ook de bomen niet willen dat de winter langskomt.
Eigenlijk best logisch.
Wie wil nu ook kaalgeplukt een koning op bezoek.
Dat enkel nog blaadjes aan de toppen van de takken blijven hangen.
Alsof ook de bomen niet willen dat de winter langskomt.
Eigenlijk best logisch.
Wie wil nu ook kaalgeplukt een koning op bezoek.
Hol.
Duizend regenbogen. Zoveel zijn er te zien in zijn ogen.
Dat vertelden ze haar toch. Al zingend.
Ze waren met z'n 25. Mooi verdeeld over jongens en meisjes.
Elk een jaar of 11.
Ze waren leuk om bezig te zien.
Zich aan het omtoveren tot hoe ze later zouden zijn. Of wilden zijn. 't Werd haar snel duidelijk wie de player zou zijn, goede student en de toegewijde mama. Of de journaliste, jurist en de ultieme verleidster.
Ze had zin om te zeggen dat ze ervan moesten profiteren. Dat het nu nog tof was. Dat ze ervan moesten genieten, nu het nog kon!
Maar ze hield wijselijk haar mond. Ze hadden het ook ooit tegen haar gezegd. Maar de woorden klonken toen hol en betekenisloos.
Ze liet ze nog wat jodelen. En deed zelf vrolijk mee.
Vergat de zorgen en stress van de dag.
En besefte dat holle woorden van betekenis ook nu nog gesprekken vulden.
Dat vertelden ze haar toch. Al zingend.
Ze waren met z'n 25. Mooi verdeeld over jongens en meisjes.
Elk een jaar of 11.
Ze waren leuk om bezig te zien.
Zich aan het omtoveren tot hoe ze later zouden zijn. Of wilden zijn. 't Werd haar snel duidelijk wie de player zou zijn, goede student en de toegewijde mama. Of de journaliste, jurist en de ultieme verleidster.
Ze had zin om te zeggen dat ze ervan moesten profiteren. Dat het nu nog tof was. Dat ze ervan moesten genieten, nu het nog kon!
Maar ze hield wijselijk haar mond. Ze hadden het ook ooit tegen haar gezegd. Maar de woorden klonken toen hol en betekenisloos.
Ze liet ze nog wat jodelen. En deed zelf vrolijk mee.
Vergat de zorgen en stress van de dag.
En besefte dat holle woorden van betekenis ook nu nog gesprekken vulden.
Daar.
Stel.
Op een dag wordt ze wakker. Ze staat op. Denkt wat ze die dag gaat doen.
En besluit om naar daar te gaan.
Ze zwalpt wat rond in haar leven en de stad.
En om klokslag 16.03u is ze daar.
Op diezelfde dag wordt iemand anders wakker. In een ander lijf.
Een ander bed, een ander huis, een ander dorp.
Die iemand besluit ook om naar daar te gaan.
Ook om 16.03u.
Samen daar.
Toeval?
Lot?
Op een dag wordt ze wakker. Ze staat op. Denkt wat ze die dag gaat doen.
En besluit om naar daar te gaan.
Ze zwalpt wat rond in haar leven en de stad.
En om klokslag 16.03u is ze daar.
Op diezelfde dag wordt iemand anders wakker. In een ander lijf.
Een ander bed, een ander huis, een ander dorp.
Die iemand besluit ook om naar daar te gaan.
Ook om 16.03u.
Samen daar.
Toeval?
Lot?
Inkt.
12 is de helft van 24.
Ze kennen elkaar al de helft van hun leven.
En in de afgelopen 5 uur hadden ze die 12 jaar opnieuw beleefd.
Gek hoe verschillend ze waren, maar toch ook zo gelijk. Hoe ze elkaar na al die jaren toch nog goed aanvoelden en nog altijd met dezelfde dingen konden lachen. Maar ook hoe verschillend hun interesses en werelden ook waren.
Wat als ze nooit een rode balpen had uitgeleend? Zou hun wereld er zo anders uitzien?
Ze beseft dat een stukje van die 12 jaar werd bepaald door een rode balpen. Gek.
Of hoe inkt echt hun geschiedenis schreef.
Ze kennen elkaar al de helft van hun leven.
En in de afgelopen 5 uur hadden ze die 12 jaar opnieuw beleefd.
Gek hoe verschillend ze waren, maar toch ook zo gelijk. Hoe ze elkaar na al die jaren toch nog goed aanvoelden en nog altijd met dezelfde dingen konden lachen. Maar ook hoe verschillend hun interesses en werelden ook waren.
Wat als ze nooit een rode balpen had uitgeleend? Zou hun wereld er zo anders uitzien?
Ze beseft dat een stukje van die 12 jaar werd bepaald door een rode balpen. Gek.
Of hoe inkt echt hun geschiedenis schreef.
Drup.
En wat hebben we vandaag geleerd?
1. Het leven is hard.
2. De emmer is niet bodemloos.
3. Soms blijft men de emmer dragen ook al stopt het niet met regenen.
1. Het leven is hard.
2. De emmer is niet bodemloos.
3. Soms blijft men de emmer dragen ook al stopt het niet met regenen.
angst.
Ze had het gevoel dat ze de verkeerde dingen kon. Dat ze de verkeerde dingen wist.
Opgevangen in een film, toegepast op haar eigen leven.
Het klopte. Het klopte helemaal.
Ze kon niets echt goed. Ze heeft nooit ergens in uitgeblonken.
Naar haar talent was ze nog altijd op zoek.
Er was niets waarmee ze kon uitpakken.
Ze was er eentje zoals er zoveel rondliepen. Gewoon.
Echt speciaal dat was ze nog nooit geweest.
Zou ze waarschijnlijk ook nooit zijn.
Voor niemand.
En wanneer dat eentje toch eens uit de massa werd gehaald.
Dan vluchtte ze. Liefst zover mogelijk weg.
Ze had angst om te falen.
In zichzelf zijn.
Opgevangen in een film, toegepast op haar eigen leven.
Het klopte. Het klopte helemaal.
Ze kon niets echt goed. Ze heeft nooit ergens in uitgeblonken.
Naar haar talent was ze nog altijd op zoek.
Er was niets waarmee ze kon uitpakken.
Ze was er eentje zoals er zoveel rondliepen. Gewoon.
Echt speciaal dat was ze nog nooit geweest.
Zou ze waarschijnlijk ook nooit zijn.
Voor niemand.
En wanneer dat eentje toch eens uit de massa werd gehaald.
Dan vluchtte ze. Liefst zover mogelijk weg.
Ze had angst om te falen.
In zichzelf zijn.
Som.
Ze zat te lachen naar haar computerscherm.
Net zoals vroeger.
Tot ze zo hard was gekwetst.
Dat ze er niet meer kon naar lachen.
Tot ze het was vergeten.
Hij had haar doen lachen.
Net als vroeger.
Tot ze zo hard moest lachen.
Dat ze er bijna in bleef.
Tot ze doorhad wat hij haar had aangedaan.
Ze was onder de indruk geweest.
Net als vroeger.
Tot ze zo verwonderd keek.
Dat haar ogen er pijn van deden.
Tot ze besefte hoe speciaal hij was (geweest).
Ze had hem gemist.
Net als vroeger.
Tot ze besefte.
Dat niets ooit zal zijn als vroeger.
Tot nu.
Net zoals vroeger.
Tot ze zo hard was gekwetst.
Dat ze er niet meer kon naar lachen.
Tot ze het was vergeten.
Hij had haar doen lachen.
Net als vroeger.
Tot ze zo hard moest lachen.
Dat ze er bijna in bleef.
Tot ze doorhad wat hij haar had aangedaan.
Ze was onder de indruk geweest.
Net als vroeger.
Tot ze zo verwonderd keek.
Dat haar ogen er pijn van deden.
Tot ze besefte hoe speciaal hij was (geweest).
Ze had hem gemist.
Net als vroeger.
Tot ze besefte.
Dat niets ooit zal zijn als vroeger.
Tot nu.
Antwoord.
Raad geven.
Dat kon ze goed.
(Nee, volgens mij heeft ze dat zo niet bedoeld hoor, dat komt ècht wel goed.)
Ze had toch altijd een antwoord klaar.
Of dat niet echt goede raad was of niet, dat liet ze in het midden.
(Twijfel niet zo! Je bent schitterend, ze zal dat echt wel inzien en anders is er iets mis met haar.)
Terwijl ze zich vaak nog nooit in dergelijke situaties had bevonden. En dus onmogelijk degelijk advies kon geven.
Of ze had gewoon nog nooit de kans gekregen om gegeven ideeën zelf uit te proberen.
(Dat cadeautje zal ze wel leuker vinden. Persoonlijk zou dat mij meer bevallen.)
Ze zou zo graag eens de andere kant van de lijn staan. Zelf de vragen stellen.
Hoewel ze meestal te koppig is om raad op te volgen.
(De zee. Ga toch niet naar de Ardennen! kan dan langs de dijk wandelen, gezellig 'ne warme choco' drinken en er valt altijd iets te beleven. Uiteindelijk is het gezelschap het belangrijkste.)
Maar daarvoor.
Daarvoor zou ze met plezier een uitzondering maken.
Dat kon ze goed.
(Nee, volgens mij heeft ze dat zo niet bedoeld hoor, dat komt ècht wel goed.)
Ze had toch altijd een antwoord klaar.
Of dat niet echt goede raad was of niet, dat liet ze in het midden.
(Twijfel niet zo! Je bent schitterend, ze zal dat echt wel inzien en anders is er iets mis met haar.)
Terwijl ze zich vaak nog nooit in dergelijke situaties had bevonden. En dus onmogelijk degelijk advies kon geven.
Of ze had gewoon nog nooit de kans gekregen om gegeven ideeën zelf uit te proberen.
(Dat cadeautje zal ze wel leuker vinden. Persoonlijk zou dat mij meer bevallen.)
Ze zou zo graag eens de andere kant van de lijn staan. Zelf de vragen stellen.
Hoewel ze meestal te koppig is om raad op te volgen.
(De zee. Ga toch niet naar de Ardennen! kan dan langs de dijk wandelen, gezellig 'ne warme choco' drinken en er valt altijd iets te beleven. Uiteindelijk is het gezelschap het belangrijkste.)
Maar daarvoor.
Daarvoor zou ze met plezier een uitzondering maken.
Herfst.
De herfst was er.
Ze had het gezien.
Bruine blaadjes die de boom loslieten en in de tuin terecht kwamen.
Ze had het gemerkt.
Rillingen die over haar rug liepen wanneer een koude bries daar passeerde.
Ze had het gevoeld.
Leegte en futloosheid vulden al dagenlang haar leven.
Ze had het willen negeren.
Maar het was niet gelukt.
Ze wil dit niet.
Echt niet.
Ze had het gezien.
Bruine blaadjes die de boom loslieten en in de tuin terecht kwamen.
Ze had het gemerkt.
Rillingen die over haar rug liepen wanneer een koude bries daar passeerde.
Ze had het gevoeld.
Leegte en futloosheid vulden al dagenlang haar leven.
Ze had het willen negeren.
Maar het was niet gelukt.
Ze wil dit niet.
Echt niet.
Speciaal.
Ze kreeg het warm vanbinnen.
Toen de pretlichtjes in z'n ogen het haar vertelden.
Ze voelde zijn rillingen. Over haar rug.
Toen ze de muziek hoorde die speciaal voor hem werd gespeeld.
Die enkel voor haar werd gezongen.
Ze kreeg hoop.
Of eerder geloof.
Geloof door de warmte van z'n woorden.
In 't feit dat het toch nog bestaat.
Dat het nog kan.
Bij anderen.
Toen de pretlichtjes in z'n ogen het haar vertelden.
Ze voelde zijn rillingen. Over haar rug.
Toen ze de muziek hoorde die speciaal voor hem werd gespeeld.
Die enkel voor haar werd gezongen.
Ze kreeg hoop.
Of eerder geloof.
Geloof door de warmte van z'n woorden.
In 't feit dat het toch nog bestaat.
Dat het nog kan.
Bij anderen.
Vooruit.
'Wat is het doel in uw leven? Hebt ge dat?' vroeg hij.
Stilte.
Een doel. Zij. In haar leven.
Confronterend. Zij had geen doel.
Geen doel in haar hele leven.
Ze leefde maar wat.
Maar waarom? Voor wie?
Ze had niemand om voor te werken.
Ze had niemand om naar uit te kijken.
Ze had niemand om mee vooruit te plannen.
Ze had niemand nodig om een doel te stellen.
Een jaar. 12 maanden. 365 dagen.
Zoveel tijd had ze zichzelf gegeven. Zo lang om zich te nestelen in haar nieuw leven. Om gewoon te worden aan de andere wereld die ze was ingewandeld. Om niet te denken maar te voelen.
En nu was de tijd om.
Nu was het tijd om te denken. Over de echte dingen des levens.
Om te beseffen waar ze mee bezig was. Om te beslissen waar ze naartoe wou.
Met zichzelf. En het leven.
Het liefst zou ze terugkeren.
Maar ze moet vooruit.
- 'Nee. Gij?'
'Ik ook niet. Stom he.'
- 'Ja. Ambetant.'
en ze reden vooruit.
Over het asfalt.
Over de tijd.
Over de doelen.
Vooruit.
Stilte.
Een doel. Zij. In haar leven.
Confronterend. Zij had geen doel.
Geen doel in haar hele leven.
Ze leefde maar wat.
Maar waarom? Voor wie?
Ze had niemand om voor te werken.
Ze had niemand om naar uit te kijken.
Ze had niemand om mee vooruit te plannen.
Ze had niemand nodig om een doel te stellen.
Een jaar. 12 maanden. 365 dagen.
Zoveel tijd had ze zichzelf gegeven. Zo lang om zich te nestelen in haar nieuw leven. Om gewoon te worden aan de andere wereld die ze was ingewandeld. Om niet te denken maar te voelen.
En nu was de tijd om.
Nu was het tijd om te denken. Over de echte dingen des levens.
Om te beseffen waar ze mee bezig was. Om te beslissen waar ze naartoe wou.
Met zichzelf. En het leven.
Het liefst zou ze terugkeren.
Maar ze moet vooruit.
- 'Nee. Gij?'
'Ik ook niet. Stom he.'
- 'Ja. Ambetant.'
en ze reden vooruit.
Over het asfalt.
Over de tijd.
Over de doelen.
Vooruit.
Seutig.
Zo had hij haar blijkbaar genoemd.
Met als uitleg dat hij iemand anders nog wel de eerste de best man zag meenemen als die daar zin in had, maar dat hij haar dat nog niet zag doen.
Daarom. Seutig.
Terwijl ze eigenlijk best wel trots was op het feit dat ze geen goedkoop trutje was.
Bijgevolg. Teleurgesteld.
Zwaar teleurgesteld in hem als persoon en in de maatschappij in het algemeen. Goed om te weten dat het hebben van een beetje zelfrespect en -waarde tegenwoordig al seutig is.
Dus. Pech gehad.
Pech voor hem dat hij er zo over denkt.
Ze weet wel beter.
Met als uitleg dat hij iemand anders nog wel de eerste de best man zag meenemen als die daar zin in had, maar dat hij haar dat nog niet zag doen.
Daarom. Seutig.
Terwijl ze eigenlijk best wel trots was op het feit dat ze geen goedkoop trutje was.
Bijgevolg. Teleurgesteld.
Zwaar teleurgesteld in hem als persoon en in de maatschappij in het algemeen. Goed om te weten dat het hebben van een beetje zelfrespect en -waarde tegenwoordig al seutig is.
Dus. Pech gehad.
Pech voor hem dat hij er zo over denkt.
Ze weet wel beter.
Content.
Zo voelde ze zich nu.
De plaats. Het moment.
Hier. En nu. Voelde ze zich gewoon gelukkig.
Gewoon. Gelukkig.
Klokslag 10. In een zomerkleedje. Met de voeten in het gras. Fluitende vogels en een kat die haar omringen. Rustig.
Net een uurtje fietsen in de benen. Ze voelde de ondergaande zon nog op haar rug.
Ze kon duizend dingen bedenken die daar verandering in konden brengen. Maar ze deed het niet.
Ze geniet. Genoot. Heeft genoten.
Zen.
De plaats. Het moment.
Hier. En nu. Voelde ze zich gewoon gelukkig.
Gewoon. Gelukkig.
Klokslag 10. In een zomerkleedje. Met de voeten in het gras. Fluitende vogels en een kat die haar omringen. Rustig.
Net een uurtje fietsen in de benen. Ze voelde de ondergaande zon nog op haar rug.
Ze kon duizend dingen bedenken die daar verandering in konden brengen. Maar ze deed het niet.
Ze geniet. Genoot. Heeft genoten.
Zen.
Mislukt.
Zo had ze zich gevoeld. En zo voelde ze zich nog steeds.
Ze was nog maar eens geconfronteerd met de eenzaamheid van haar bestaan. 't Was triest gesteld. Ook al was het nu niet bepaald iets waar sommige anderen trots op moesten zijn. Maar toch.
Het voelde alsof de trein was vertrokken en zij op het perron was blijven staan. Iedereen in beweging. Zij niet.
Zelfs de laatste wagon. Die van de wanhopigen. Had ze niet gehaald.
Elk bleef op zijn eigen manier in beweging. Of liet zich voortbewegen. Zij wou vooruit maar raakte niet verder dan het eerste spoor.
'Spring dan toch op de trein!', hadden ze gedacht.
'Ik weet niet waar naartoe, niemand wil mij mee.', had zij in gedachten geantwoord.
Zou ze ooit nog op een bestemming geraken?
Of zou de vertraging oplopen?
Tot levenslang.
Ze was nog maar eens geconfronteerd met de eenzaamheid van haar bestaan. 't Was triest gesteld. Ook al was het nu niet bepaald iets waar sommige anderen trots op moesten zijn. Maar toch.
Het voelde alsof de trein was vertrokken en zij op het perron was blijven staan. Iedereen in beweging. Zij niet.
Zelfs de laatste wagon. Die van de wanhopigen. Had ze niet gehaald.
Elk bleef op zijn eigen manier in beweging. Of liet zich voortbewegen. Zij wou vooruit maar raakte niet verder dan het eerste spoor.
'Spring dan toch op de trein!', hadden ze gedacht.
'Ik weet niet waar naartoe, niemand wil mij mee.', had zij in gedachten geantwoord.
Zou ze ooit nog op een bestemming geraken?
Of zou de vertraging oplopen?
Tot levenslang.
Handleiding.
Neurotisch, phsychotisch, chaotisch, labiel en parasotisch.
Zo voelt ze zich vandaag.
De luchtbel is gesprongen.
Hoe ze dacht. Of hoe ze dacht te denken. Was plots verdwenen.
Ze was overgestapt van denken naar voelen?
Of toch ook niet.
Was het wat ze dacht dat ze nu voelde? Voelde ze wat ze dacht te voelen?
Ze denkt teveel.
Ze twijftelt. Terwijl ze voordien zo zeker was van haar stuk.
Ze huilt. En ze weet niet waarom.
Op zoek naar een handleiding van zichzelf.
Ze kan zichzelf niet lezen.
Zo voelt ze zich vandaag.
De luchtbel is gesprongen.
Hoe ze dacht. Of hoe ze dacht te denken. Was plots verdwenen.
Ze was overgestapt van denken naar voelen?
Of toch ook niet.
Was het wat ze dacht dat ze nu voelde? Voelde ze wat ze dacht te voelen?
Ze denkt teveel.
Ze twijftelt. Terwijl ze voordien zo zeker was van haar stuk.
Ze huilt. En ze weet niet waarom.
Op zoek naar een handleiding van zichzelf.
Ze kan zichzelf niet lezen.
Zucht.
Ze keek er hard naar uit. Sinds vijf minuten iets minder.
Haar tripje naar de andere kant van de wereldbol.
Zucht. Er was nog 1 kans op 3 dat het toch de goede richting zou uitgaan. Helaas.
Waarom kan het ook nooit eens gewoon goed zijn? Waarom moet er potverdikke altijd iets mis lopen? En dan is ze nog 2 maanden van het vertrek verwijderd. Wie weet wat gaat er nog allemaal fout?
Ze wou het bewust alleen doen. Dat wordt weer mooi verknald door het gezelschap dat haar zal vergezellen. Ze weet nu al dat ze zichzelf niet zal kunnen zijn. Toch niet direct. Misschien na 20 dagen, als ze bijna thuis zijn?
En dat allemaal door iemand die denkt dat de wereld aan haar voeten ligt. Dat iedereen voor haar springt. En vooral dat de rest minderwaardig is.
Ze overdrijft waarschijnlijk. Bijna zeker eigenlijk. Maar toch.
Het is niet hoe ze had gehoopt dat het zou zijn.
Haar tripje naar de andere kant van de wereldbol.
Zucht. Er was nog 1 kans op 3 dat het toch de goede richting zou uitgaan. Helaas.
Waarom kan het ook nooit eens gewoon goed zijn? Waarom moet er potverdikke altijd iets mis lopen? En dan is ze nog 2 maanden van het vertrek verwijderd. Wie weet wat gaat er nog allemaal fout?
Ze wou het bewust alleen doen. Dat wordt weer mooi verknald door het gezelschap dat haar zal vergezellen. Ze weet nu al dat ze zichzelf niet zal kunnen zijn. Toch niet direct. Misschien na 20 dagen, als ze bijna thuis zijn?
En dat allemaal door iemand die denkt dat de wereld aan haar voeten ligt. Dat iedereen voor haar springt. En vooral dat de rest minderwaardig is.
Ze overdrijft waarschijnlijk. Bijna zeker eigenlijk. Maar toch.
Het is niet hoe ze had gehoopt dat het zou zijn.
Verbouwereerd.
Ze waren met z'n zessen.
Vader en kroost. Eéntje in de kinderwagen. De andere vier rond de groene containers.
Ze had zelf nog kleren in zo een container geworpen. 'Schoenen samenbinden met de veters' stond er te lezen. En nu zag ze hoe de kleren uit de container werden gehaald. Door de kinderen.
Ze dacht eventjes dat ze zich in een ontwikkelingsland bevond. Maar nee, ze was aan het fietsen op nog geen kilometer van haar woonplaats. En daar, daar riskeerden jonge kindjes zowat hun leven om kleren te vinden.
Ge zult de naakten kleden.
Ze was geshockeerd.
Verbouwereerd.
Ze schaamde zich.
Voor de gigantische zak die aan haar stuur bengelde.
Voor de luxeaankopen in die gigantische zak.
Voor het veel te dure kleedje dat ze niet echt nodig had.
Een voorbijlopende jongeman wisselde een veelbetekenende blik met haar uit.
Terwijl de papa glimlachte naar een dochter die dolgelukkig en trots was met haar veel te grote schoenen.
Ze fietste door.
Met een rotslecht gevoel.
En een nieuwe jurk.
Vader en kroost. Eéntje in de kinderwagen. De andere vier rond de groene containers.
Ze had zelf nog kleren in zo een container geworpen. 'Schoenen samenbinden met de veters' stond er te lezen. En nu zag ze hoe de kleren uit de container werden gehaald. Door de kinderen.
Ze dacht eventjes dat ze zich in een ontwikkelingsland bevond. Maar nee, ze was aan het fietsen op nog geen kilometer van haar woonplaats. En daar, daar riskeerden jonge kindjes zowat hun leven om kleren te vinden.
Ge zult de naakten kleden.
Ze was geshockeerd.
Verbouwereerd.
Ze schaamde zich.
Voor de gigantische zak die aan haar stuur bengelde.
Voor de luxeaankopen in die gigantische zak.
Voor het veel te dure kleedje dat ze niet echt nodig had.
Een voorbijlopende jongeman wisselde een veelbetekenende blik met haar uit.
Terwijl de papa glimlachte naar een dochter die dolgelukkig en trots was met haar veel te grote schoenen.
Ze fietste door.
Met een rotslecht gevoel.
En een nieuwe jurk.
Bijna.
Ze hadden gepraat. Over hoe hij een blauw oog had opgelopen. En zelf iemand een bloedneus had bezorgd. Over hoe hij andermans kraag aan flarden had gescheurd. En zelf geen lucht meer kreeg.
Hij die de kalmte zelve was. Nooit een vlieg kwaad deed.
Had gevochten.
Ze was bijna uit haar auto gesprongen. En even bijna haar middelvinger wat frisse lucht bezorgd. Ze had zo verdomd veel zin om eens goed haar gedacht te zeggen. Of eens een klein tikje te geven met haar eigen bumper. Maar ze hield zich in. Nog net.
Ze vonden het bizar en tegelijk ook wat angstaanjagend. Dat diep in hun eigen lichaam zoiets schuilt als agressie. En dat de bom plots kan barsten. Als je niet goed oplet.
En dan denk je dat je jezelf na 24 jaar wel kent.
Hij die de kalmte zelve was. Nooit een vlieg kwaad deed.
Had gevochten.
Ze was bijna uit haar auto gesprongen. En even bijna haar middelvinger wat frisse lucht bezorgd. Ze had zo verdomd veel zin om eens goed haar gedacht te zeggen. Of eens een klein tikje te geven met haar eigen bumper. Maar ze hield zich in. Nog net.
Ze vonden het bizar en tegelijk ook wat angstaanjagend. Dat diep in hun eigen lichaam zoiets schuilt als agressie. En dat de bom plots kan barsten. Als je niet goed oplet.
En dan denk je dat je jezelf na 24 jaar wel kent.
Vergeet.
Ze weet het. Ze beseft het. En toch doet ze het telkens opnieuw. Hoe hard ze het zich achteraf ook beklaagt. Impulsief zijn. Ze zal het wellicht nooit afleren.
Met als gevolg dat ze het bestaan van deze hersenspinsels niet heeft kunnen verzwijgen. Zucht. In feite is dat niet zo een groot probleem. Er staan geen geheimen neergeschreven, wel stille gedachten. Op haar eigenste verborgen plekje op het meest publieke wereldwijde web ooit.
Ze besefte wel dat de letters die zij typte gelezen werden. Maar nu weet ze ook door wie. Ook al kan ze dat aantal op haar twee handen tellen. Het is angstaanjagend. Bedreigend. Ze voelt zich. Naakt. Kwetsbaar.
Lees en vergeet.
Met als gevolg dat ze het bestaan van deze hersenspinsels niet heeft kunnen verzwijgen. Zucht. In feite is dat niet zo een groot probleem. Er staan geen geheimen neergeschreven, wel stille gedachten. Op haar eigenste verborgen plekje op het meest publieke wereldwijde web ooit.
Ze besefte wel dat de letters die zij typte gelezen werden. Maar nu weet ze ook door wie. Ook al kan ze dat aantal op haar twee handen tellen. Het is angstaanjagend. Bedreigend. Ze voelt zich. Naakt. Kwetsbaar.
Lees en vergeet.
Er.
Wie op deze verdomde aardbol heeft ooit beslist dat vrouwen zouden worden volgestopt met hormonen? Zoveel hormonen dat ze er van overlopen?
Hormonen die ervoor zorgen dat stemmingswisselingen het leven dat zij leidt momenteel beheren. Ze begint de dag opgewekt, doet zo ook verder de rest van de voormiddag. Maar halverwege de namiddag stopt het plots. Zomaar.
Donderwolken en regenbuien.
Verderf en verdoemenis.
Weg. Er. Mee.
Hormonen die ervoor zorgen dat stemmingswisselingen het leven dat zij leidt momenteel beheren. Ze begint de dag opgewekt, doet zo ook verder de rest van de voormiddag. Maar halverwege de namiddag stopt het plots. Zomaar.
Donderwolken en regenbuien.
Verderf en verdoemenis.
Weg. Er. Mee.
Het Prille.
Ze had het zich nog zo voorgenomen. Om het over een andere boeg te gooien. Hier. Dat ze niet meer zou komen zagen over onbenullige dingen. Dat ze dat voor zichzelf zou houden.
Mislukt. Het moet er uit.
Ze dacht dat ze er over was. Echt. Maar vandaag bezweek ze alweer. In gedachten.
Het is het lichaam dat het doet. Dat verdomd (voor haar) goddelijke lijf. Zijn het de hormonen? Zou best kunnen, ze weet het niet. Ze weet maar één ding, dat ze er niet tegen kan dat haar verstand het zowat verliest van de rest van haar eigen lijf. Na bijna 24 jaar kan ze haar eigen geheel nog niet eens 100% besturen. Triest.
Het ging zo goed. Ze hadden fun. Gewoon fun.
Tot het ging over Het Prille. Zo werd het genoemd, blijkbaar. Hij had al een hele tijd niets meer gehoord van Het Prille. En tot haar eigen verbazing hoorde ze dat graag. Het Prille was nog steeds pril. De Grote Liefde waarvan ze dacht dat ze er was, was er blijkaar toch niet. Of wel?
Tot hij besefte dat hij Het Prille al lang niet meer had gehoord, laat staan ontmoet. Klonk herkenbaar, veel moeite had hij er blijkbaar (nog steeds) niet voor over.
In elk geval was hij aan het sms'en geslagen. Met succes. Misschien zag hij Het Prille morgen wel terug. En dat deed haar meer pijn dan ze had gehoopt.
Ze denkt dan dat Het Prille Begin misschien geen lang leven beschoren is als er zo wordt gehandeld. Als er zo wordt verwaarloosd, want zo komt het over.
De fun was plots verdwenen en teruggekomen als ergernis en frustratie. Vriendelijk kon ze niet meer zijn en dat had hij gemerkt. Pech voor hem.
En misschien ook wel voor haar.
Mislukt. Het moet er uit.
Ze dacht dat ze er over was. Echt. Maar vandaag bezweek ze alweer. In gedachten.
Het is het lichaam dat het doet. Dat verdomd (voor haar) goddelijke lijf. Zijn het de hormonen? Zou best kunnen, ze weet het niet. Ze weet maar één ding, dat ze er niet tegen kan dat haar verstand het zowat verliest van de rest van haar eigen lijf. Na bijna 24 jaar kan ze haar eigen geheel nog niet eens 100% besturen. Triest.
Het ging zo goed. Ze hadden fun. Gewoon fun.
Tot het ging over Het Prille. Zo werd het genoemd, blijkbaar. Hij had al een hele tijd niets meer gehoord van Het Prille. En tot haar eigen verbazing hoorde ze dat graag. Het Prille was nog steeds pril. De Grote Liefde waarvan ze dacht dat ze er was, was er blijkaar toch niet. Of wel?
Tot hij besefte dat hij Het Prille al lang niet meer had gehoord, laat staan ontmoet. Klonk herkenbaar, veel moeite had hij er blijkbaar (nog steeds) niet voor over.
In elk geval was hij aan het sms'en geslagen. Met succes. Misschien zag hij Het Prille morgen wel terug. En dat deed haar meer pijn dan ze had gehoopt.
Ze denkt dan dat Het Prille Begin misschien geen lang leven beschoren is als er zo wordt gehandeld. Als er zo wordt verwaarloosd, want zo komt het over.
De fun was plots verdwenen en teruggekomen als ergernis en frustratie. Vriendelijk kon ze niet meer zijn en dat had hij gemerkt. Pech voor hem.
En misschien ook wel voor haar.
Bovenop.
't Is een dunne lijn.
Tussen de ene en de andere kant.
Met die ene kant was ze ondertussen al vertrouwd. Ze werd het haast bijna gewoon. Tranen vonden het al niet meer de moeite om een uitweg te zoeken. Ook al had ze dat graag gewild. Het had misschien opgelucht.
De andere kant. Daarmee was ze zelden in aanraking gekomen. Tot nu. Twee keer zelfs, kort na elkaar.
Ook al wordt verondersteld dat dat de gemakkelijkste kant is, dat was niet zo. Ze vond het pijnlijk, hard en confronterend om te moeten teleurstellen. Om te beseffen hoe het voelt als je aan die ene kant staat.
Ze had het graag anders gehad. Geen ene en geen andere kant van de lijn.
Er bovenop. Gewoon er bovenop.
Tussen de ene en de andere kant.
Met die ene kant was ze ondertussen al vertrouwd. Ze werd het haast bijna gewoon. Tranen vonden het al niet meer de moeite om een uitweg te zoeken. Ook al had ze dat graag gewild. Het had misschien opgelucht.
De andere kant. Daarmee was ze zelden in aanraking gekomen. Tot nu. Twee keer zelfs, kort na elkaar.
Ook al wordt verondersteld dat dat de gemakkelijkste kant is, dat was niet zo. Ze vond het pijnlijk, hard en confronterend om te moeten teleurstellen. Om te beseffen hoe het voelt als je aan die ene kant staat.
Ze had het graag anders gehad. Geen ene en geen andere kant van de lijn.
Er bovenop. Gewoon er bovenop.
Wol.
Ze mag van geluk spreken dat ze niet ver van haar werk woont.
Vorige week mocht ze rechtsomkeer maken toen ze daar 's morgens toekwam. Laptop vergeten.
Daarnet mocht ze rechtsomkeer maken toen ze thuiskwam. Sleutels vergeten.
Verward. De enige omschrijving die past.
Ze vergeet zowat alles. Ze kan niet meer nadenken hoe het hoort. Ze heeft gedachten die ze niet kan verwoorden.
In de knoop met zichzelf.
Gedachten verward met elkaar.
Een bol wol waarvan het begin zoek is.
Vorige week mocht ze rechtsomkeer maken toen ze daar 's morgens toekwam. Laptop vergeten.
Daarnet mocht ze rechtsomkeer maken toen ze thuiskwam. Sleutels vergeten.
Verward. De enige omschrijving die past.
Ze vergeet zowat alles. Ze kan niet meer nadenken hoe het hoort. Ze heeft gedachten die ze niet kan verwoorden.
In de knoop met zichzelf.
Gedachten verward met elkaar.
Een bol wol waarvan het begin zoek is.
Transformatie.
De muis en de olifant. Zij was de muis. Haar beste vriendin was de olifant. 14 jaar geleden.
Ze is altijd die muis gebleven. Uiterlijk tot ze 12 was. Innerlijk altijd. Voor een groot stuk.
Wat zij vertelde, was niet belangrijk.
Zij hield niet van de Spice Girls, dus zij was niet belangrijk.
Zij had nog geen vriendje, dus zij was niet belangrijk.
Zij had nog geen borsten, dus zij was niet belangrijk.
Fan van de Spice Girls is ze nooit geweest. De vriendjes zijn er af en toe een heel klein beetje (geweest). De borsten zijn er eveneens een klein beetje.
Maar was ze daarom niet belangrijk? Mocht ze daarom soms geen olifant zijn?
Tuurlijk wel. Dat besefte ze nu. Zoveel jaar later.
Ze zou een olifant worden. Met een olifantenhuid. Soms.
Maar om van een muis een olifant te maken. Daar is tijd voor nodig.
Ze is op goede weg. Ze komt er wel. Op eigen tempo.
Ooit.
Ze is altijd die muis gebleven. Uiterlijk tot ze 12 was. Innerlijk altijd. Voor een groot stuk.
Wat zij vertelde, was niet belangrijk.
Zij hield niet van de Spice Girls, dus zij was niet belangrijk.
Zij had nog geen vriendje, dus zij was niet belangrijk.
Zij had nog geen borsten, dus zij was niet belangrijk.
Fan van de Spice Girls is ze nooit geweest. De vriendjes zijn er af en toe een heel klein beetje (geweest). De borsten zijn er eveneens een klein beetje.
Maar was ze daarom niet belangrijk? Mocht ze daarom soms geen olifant zijn?
Tuurlijk wel. Dat besefte ze nu. Zoveel jaar later.
Ze zou een olifant worden. Met een olifantenhuid. Soms.
Maar om van een muis een olifant te maken. Daar is tijd voor nodig.
Ze is op goede weg. Ze komt er wel. Op eigen tempo.
Ooit.