Ze zat te lachen naar haar computerscherm.
Net zoals vroeger.
Tot ze zo hard was gekwetst.
Dat ze er niet meer kon naar lachen.
Tot ze het was vergeten.
Hij had haar doen lachen.
Net als vroeger.
Tot ze zo hard moest lachen.
Dat ze er bijna in bleef.
Tot ze doorhad wat hij haar had aangedaan.
Ze was onder de indruk geweest.
Net als vroeger.
Tot ze zo verwonderd keek.
Dat haar ogen er pijn van deden.
Tot ze besefte hoe speciaal hij was (geweest).
Ze had hem gemist.
Net als vroeger.
Tot ze besefte.
Dat niets ooit zal zijn als vroeger.
Tot nu.
0 reacties:
Een reactie posten