Vrijwillig.
Ze zat zonet te denken waarom ze het zichzelf aandoet. Wie is er nu zo gek om vrijwillig nog twee jaar te zwoegen en te zweten. Maagzweren te krijgen. Eveneens vrijwillig. Gek te worden van al die lettertjes en cijfertjes. Ook vrijwillig.
Zij. Inderdaad. En nog een paar andere gekken.
Ze vroeg zich af hoe lang het nog zou duren. Vooraleer ze terug een normaal sociaal leven zou hebben. Zodat het topmoment van de dag niet het oplossen van een programmeerprobleem zou zijn maar een lachbui met vrienden.
't Is triest om te beseffen dat haar computer haar grootste vriend is geworden. Maar ze troost zich met de gedachte dat het binnenkort zal veranderen. Ze zal weer tijd hebben voor leuke mensen en leuke hobby's. Voor fun en ontspanning. Voor spanning en avontuur.
Of is dit hopen op een mirakel?
Kaart.
Wat zou er gebeurd zijn indien ze twee jaar geleden een andere keuze had gemaakt? Zou zij dan staan schitteren op die kaart?
Ze mag er niet aan denken.
Ja, het was een mooie kaart. Ze moest het toegeven. Maar tegelijk kon ze een paar kotsneigingen niet onderdrukken. Niet omdat het van hem komt, maar omdat ze een afkeer heeft voor die kaarten.
"Nodig eens een eenzame uit." is een vaak gehoorde spreuk in deze tijden van vrede op aard. Door zulke kerstwensen krijgt ze eerder de indruk dat het "Laat de eenzame nog wat eenzamer voelen" is.
Ze zouden het moeten verbieden.
Leven.
Een circus bezorgt haar iedere keer opnieuw kippevel. Gewoon de tenten en woonwagens alleen al.
Eerlijk gezegd was ze in haar hele leven nog maar één keer naar het circus geweest, zo'n twintig jaar geleden. Maar dat kon haar sterke band met het circus niet afzwakken.
Daarnaast heeft ze ook een lichamelijke kwaal die er voor zorgt dat ze met een beetje training al gauw een semi-slangenmens kan zijn. Niet dat ze die ambitie koestert, maar toch.
Nu, na twintig jaar, ging ze voor het eerst terug naar het circus. Eerder een circus voor volwassen. Cirque du Soleil. Ze wou dit al jaren doen maar het was nog nooit gelukt.
Nu dus wel. En ze was nog steeds onder de indruk van de spectaculaire dingen die ze zag. Iedere artiest kent zijn eigen lichaam door en door. Iedere vezel, iedere spier. Schitterend.
De perfecte lichaamsbeheersing. Indrukwekkend. Adembenemend.
Vooral niet in woorden te beschrijven. Ze voelde zelfs een klein beetje jaloezie, wou dat alles ook kunnen.
Misschien dat ze in haar volgend leven terug een echte circusartiest kan zijn.
Schrik.
Toen ze besefte hoeveel invloed hij op haar had. Op de een of andere manier slaagt hij er in om haar dingen te laten zeggen waarvan ze nadien beseft dat ze ze beter niet had gezegd.
Hij brengt iets bij haar teweeg wat sterker is dan haarzelf.
En dat vindt ze geen geruststellende gedachte.
Op het ogenblik zelf wist ze dat ze moeilijk "nee" ging kunnen gezegd hebben. Achteraf bekeken weet ze dat ze nooit "ja" zou kunnen gezegd hebben. Zou mogen gezegd hebben. Nu kan ze het bekijken met een nuchtere, realistische blik en weet ze dat het niet goed is.
Nogmaals neemt ze de beslissing om er geen aandacht meer aan te besteden, om hem te laten voor wat het is.
Maar hoe erg is het om jezelf niet eens volledig te kunnen vertrouwen?
Het is niet erg.
Zo had ze besloten eens wat langer te slapen maar werd gewoon wakker op het veel te vroege uur waarop ze iedere dag verplicht moet wakker worden. Veel te vroeg. Terwijl het anders zo moeilijk is om op dat veel te vroege uur op te staan, lag ze nu klaarwakker alsof het niets was. Maar het was niet erg. Vond ze.
Nadat ze terug in slaap was gevallen. Werd ze terug wakker. Veel te laat. Ze had het anders gepland. Maar het was niet erg.
Ze besloot brood in de microgolfoven te steken. Veel te lang. Zo bleek. Rookpluimen stegen op uit de microgolf. Op zo'n moment zou ieder normaal mens doen wat hem te doen staat. Zij kreeg zowaar een lachbui. Brood aangebrand, alles stinkt. Maar het is niet erg.
Ieder mens zou dat meer moeten doen. Zich niet zo druk maken in dingen die nu eenmaal gebeuren. Pietluttige dingen die fout lopen en je dag kunnen verpesten. Maar vandaag eens niet. Want.
Het is niet erg.
Spelletje.
Ze had vandaag voor zichzelf beslist dat het gedaan was. Genoeg. Ze zou zelf geen initiatief meer nemen om hem te benaderen. Ze voelde zich mislukt. Alsof ze zich belachelijk had gemaakt. En dat had ze misschien ook wel gedaan.
Maar het was genoeg. Kin omhoog. Neus in de lucht. Ze voelde zich vastberadener dan ooit. Ander en beter. En vooral minder complexer.
Liefst.
Maar dat was dus buiten hem gerekend. Plots was hij daar. Alsof hij het geroken had. Of gevoeld.
Het sterke karakter dat ze meende te hebben die dag, smolt als sneeuw voor de zon.
Hij speelde het spelletje. Opnieuw. En zij bezweek. Opnieuw.
Het leek er zelfs op dat het spelletje vandaag zou worden uitgespeeld. Gelukkig bepaalde een externe factor dat ze niet voorbij het eerste level zouden geraken.
Ze wist niet hoe ze zich daarbij moest voelen. Opgelucht. Of juist niet.
Zoals het nu is gelopen, zo moest het lopen. Zo is het het best. Dat weet ze.
Maar misschien hoopt ze toch wel heel stiekem dat het ooit nog anders verloopt. Ooit?
Touwtjes.
Maar nu was het anders. Al een paar dagen droomt ze van onbereikbare dingen. Van dromen.
Ze houdt van dromen. Je kan ongegeneerd je diepste zelf zijn. Zonder veroordelende toontjes of blikken. Zonder vragen. Iedereen is zoals hij/zij volgens haar zou moeten zijn en doet de dingen zoals zij in gedachten had.
Het voelt een beetje aan zoals vroeger met de poppen spelen. Die deden ook altijd wat ze zouden moeten doen. Ze had zelf de touwtjes in handen. Leuk en gemakkelijk. Zonder onverwachte wendingen. Gewoon.
Helaas had iedere persoon nu zelf z'n touwtjes in handen. Behalve in haar dromen.
Keep on dreaming.
Of eerder. Wake up!
Bemind en aanbeden.
Nog nooit.
Is het mogelijk?
Wat is er mis? Met haar?
Zijn "ik zie je graag" en haar naam dan water en vuur?
Niemand liet ooit een traan voor haar.
De pijnlijke. Vreselijke. Harde. Realiteit.
Drama.
ikzaleensvertellenhoehetineenzit.
Aan mensen die op de bus of op gelijk welk openbaar vervoermiddel de volledige inhoud van een serie of film of boek vertellen. Die het blijkbaar leuk vinden om de omringende passagiers maar direct te vertellen dat meneer x verdrinkt en mevrouw y zwanger blijkt te zijn van een drieling.
Vandaag zat zo'n exemplaar van 'ikzaleensvertellenhoehetineenzit' achter haar op de bus. Ze kreeg er daadwerkelijk de kriebels van en moest zich inhouden om zich niet om te draaien. Het bleek dan nog eens iemand te zijn die niet echt op de hoogte was van de meest bruikbare verteltechnieken en die bijgevolg alles door elkaar vertelde op één en dezelfde toon.
Ze voelde door de rugleuning van haar stoel dat de jongen, die naast de 'ikzaleensvertellenhoehetineenzit'-jongen zat, ook de kriebels kreeg. Hij probeerde een aantal keer de persoon in kwestie te onderbreken maar die had de hints niet door.
"Goh ja en het einde .. dat is ook echt zeer goed!"
"Mja, misschien moet je dat nu net niet vertellen ..."
"Nee?"
Blind.
Hoe ze ongeveer smeekt om zijn aandacht. Hoe ze bijna op haar knieën valt in een poging om een blik van hem in haar richting te krijgen.
Tevergeefs.
Heeft hij het dan echt niet door?
Hoe hij nog in haar hoofd zit. Hoeveel moeite ze moet doen om er niet aan te denken en hem volledig te verbannen. En hoe ze daar niet in slaagt.
Heeft hij dan niet door wat hij haar aandoet? Dat het spelletje al te lang heeft geduurd? Dat ze er genoeg van heeft?
... en dat z'n mysterieuze glimlach haar telkens weer doet smelten?
Verdorie!
Ooit.
Een gesprek waarvan ze op voorhand niet had gedacht dat ze het ooit zou voeren, sloot ze met deze woorden af. Onbekende man vs. een voor hem eveneens onbekend meisje.
Ze hadden elkaar ontmoet aan de tramhalte en de tramrit een beetje opgevrolijkt met een raar gesprek. Over die verdomde regering (waar ze eigenlijk niks over weet), over de betalingsmogelijkheden op de tram, over België, over het weer in Ierland, over Nederland. Meneer de gesprekspartner was een Nederlander die nu in België woonde, maar reeds in Engeland en Ierland had gewoond en nu ook een week Ierland achter de kiezen had.
Indrukwekkend. Zij had net een les gebarentaal achter de rug. En een stressvolle dag.
Ze merkte plots hoe verschillend mensen zijn. Allemaal de grofweg dezelfde vorm. Maar zo verschillende inhouden.
Ze bedacht hoe saai die man haar wel niet moet gevonden hebben. Enkel in het buitenland voor vakantie, niet op de hoogte van de regeringstoestand in België, enkel bekommerd om haar eigen zorgen.
Maar misschien krijgt ze ooit ook nog een interessant, boeiend leven. Slaat ze praatjes met onbekenden. Aan onbekende tramhaltes.
Misschien. Ooit.
Afgevallen.
Ja. Zo gaan we dat doen. We beginnen opnieuw.
Ze kijkt rond en ziet dat ze in een soort cocon zit. Letterlijk. Blaadjes dwarrelen langs de ruiten naar beneden. Het grasveld ziet geel, bruin en rood. Niet groen, zoals een grasveld hoort te zijn. Daar houdt ze wel van. Een beetje tegendraadsheid geeft het leven kleur.
Dus heeft ze zonet beslist om een beetje zoals de blaadjes te zijn. Zij zijn afgevallen en beginnen nu hun tweede leventje. Van vasthangend blad naar afgevallen blad. Een mooie stap.
Bij haar zal het zo drastisch niet zijn. Ze heeft geen zin om plots als zwevende of liggende mens door het leven te gaan. 't Is vooral mentaal.
Het wezen dat haar slapeloze nachten, hardkloppingen en tranen heeft bezorgd, heeft afgedaan. Hij wordt verbannen uit haar eierkop. Zijn eigen schuld. Pech gehad.
Misschien moet hij maar eens wat meer rekening houden met de vasthangende blaadjes die rondom hem hangen. Dan was hij nu waarschijnlijk geen afgevallen blaadje.
Wankel.
Opengebloeid.
Ze herkende veel van zichzelf in haar. Vroeger.
Ze is zo blij dat zij is geworden wie ze nu is. Zij is geworden wie ze graag had willen zijn.
Zij, de toffe meid vol zelvertrouwen. Verkregen door te zijn wie ze is. Met ups en veel downs.
Ze, nog steeds onzeker. Vol twijfels. Voor altijd wankel.
Hinniken.
De vraag werd gesteld door haar nicht. Tussen de paarden.
Ja. 't Was de goede keuze geweest. Ze had immens veel bijgeleerd, de richting lag haar wel. Ondanks de vele stress en de tegenvallende medestudenten aan het begin van vorig jaar. De medestudenten bleken nu toffe meiden en kerels. De stress bleef. Maar ze leerde er mee leven. De interesse bleef stijgen, ook al kwamen de werkjes haar soms de keel uit.
Maar wat ze vooral heeft geleerd. Is zichzelf lezen. Ze is opgenbloeid.
Ze merkt het zelf. Dat ze veranderd is. Ze heeft het gevoel dat ze zichzelf heeft gevonden. Min of meer. Ze is meer zichzelf. Opener. En ze blijft zichzelf en haar omgeving af en toe verbazen. Ze schrikt van zichzelf. Wist niet dat ze zoiets in zich had. Maar dat maakt het wel leuk.
Ze is er nog niet. Maar ze is op de goede weg. Op weg naar het zelfvertrouwen.
Paarden hinniken bevestigend.
Busjongen (2).
Deze keer was het spel van kijken en wegkijken. Met een onbekende.
Hij stond te grijnzen en zij wilde weten waarom.
Ze stond hem ongeneerd te bestuderen. Maar keer weg toen hij zijn blik in haar richting stuurde.
Omgekeerd gebeurde hetzelfde.
Fijn.
Ze stapte af. Keek hoe de bus wegreed. En hoe hij nog even terugkeek.
Stiekem.
Verlammend.
Ze voelde zich de hele dag wat nerveus. Ze wist niet goed wat ze moest verwachten. Was vooral heel nieuwsgierig. Ze had gelukkig iemand gevonden die samen met haar de cursus wou volgen. Samen sterker dan alleen.
De eerste les is een uurtje gedaan en ze is nog steeds onder de indruk. Ze heeft 2 uur gefascineerd zitten kijken naar de bewegingen van de dove jongeman vooraan in het lokaal. Ze wil zo graag die taal beheersen, kunnen communiceren met doven. Ze is nog zo onder de indruk. Weet niet goed wat te zeggen. Geestelijk verlamd.
Eén van de medestudenten is een man die doof en blind is. 't Moet verschrikkelijk moeilijk zijn om zo geboren te worden. Leren praten, leren lezen, gewoon weg leren wat wat is. Hoe begin je daar in godsnaam aan. Communiceren gebeurt met de handen. Letters schrijven op de handpalm. Typen en ontvangen. Wandelen met twee stokken. Vaak hulpeloos en afhankelijk. Maar toch gelukkig.
Op zo'n moment schaamt ze zich dat ze zich drukmaakt in pietluttige dingen.
Met dank aan m'n steeds luisterend oor voor de titel.
Busjongen.
Maar ze doet het graag. Ze is het bijna gaan zien als een hobby.
Mensen observeren.
Wat doen ze. Waar gaan ze heen. Wie zijn ze. Wat is de relatie met de gesprekespartner.
De Jambers in haar komt tevoorschijn.
Vandaag kwam ze heel toevallig naast een niet-zo-onaangenaam-ogende jongeman te zitten. Ze had hem al een jaar hier en daar zien opduiken in en naast haar klas. En nu deelden ze plots een tweezit op de bus.
Ze trok haar stoute schoenen aan en deed iets wat ze anders zelden deed. Ze sprak hem aan. Ze heeft er immers meestal een hekel aan om met onbekende mensen te praten op de bus. Ze heeft geen nood aan klaagzangen van oudjes en minder oudjes. Ze heeft altijd schrik om geen antwoord te kunnen geven. Verder dan een "mja", "oei" of " 't is waar" komt ze meestal niet.
Maar nu zat ze dus naast die jongen. De jongen waarover ze zicht al dikwijls vragen had gesteld. Waar moet hij heen? Wie zou hij zijn?
"Is het project wat gelukt?"
Het gesprek was vertrokken. En bleef duren. Het halfuur dat anders zo lang kan duren, vloog voorbij. Ze bleken zelfs een en ander gemeen te hebben.
Ze moet dat meer doen. Afgaan op haar gevoel. Impulsief zijn.
Leve de bus.
Genoeg.
Wat mag en wat mag niet.
Mag ze eigenlijk nog zichzelf zijn?
Ongeschreven regels en wetten bepalen hoe ze er moet uitzien, hoe ze zich moet gedragen en wat ze moet doen. Een slecht gevoel wordt aangepraat.
Geleefd worden door wat de maatschappij verlangt.
Ze wordt bijna gedwongen om zich niet goed in haar vel te voelen. De constante twijfel of ze er wel goed genoeg uitziet. Of ze wel de juiste dingen zegt op het gepast moment. Moordend. Een gevecht met haar innerlijk. Over haar uiterlijk.
Soms heeft ze van die dagen waarop ze zich gelukkig voelt. Tevreden met wie ze is. De buitenwereld vergetend. Dan staat ze voor de spiegel en fluistert dat het allemaal nog wel meevalt. Dat ze er mag zijn.
Op zoek naar bevestiging stapt ze de wereld rond. Zonder resultaat. Priemende ogen omsingelen haar en wenden hun blik af. Naar iemand die de aandacht opeist. Stralend. Zelfverzekerd.
‘Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn.’
Daar is ze zeker van. Ze heeft iemand nodig om haar heen. Iemand die haar doet beseffen waarom ze alles doet en volhoudt.
Ze kan het nog even alleen volhouden. Nog even. Nog heel even. Alleen.
Maar niet lang meer.
De negatie heeft lang genoeg geduurd. Nog één keer het mes in de wonde. En dan is het genoeg geweest.
spel.
Ze krijgt er grijs haar van. en een maagzweer.
Die mannelijke wezens bezorgen haar gewoon koppijn. Wat moet ze er van denken? Wat denken ze zelf? Denken ze eigenlijk wel.
Hij doet haar lachen en gieren en brullen. Maar ook wenen en roepen en tieren. En hij beseft het niet. 't Is een spel. Hij is de speler en zij de pion.
Ze moet nu haar beurt afwachten. In de gevangenis.
Ga terug naar start?
Nederlaag.
Haar verstand zegt dat ze moet ophouden. Dat ze hem moet vergeten. Dat ze zijn hoofdstuk moet afsluiten. 't Is genoeg geweest. Als ze dat niet doet, als ze hem niet uit haar hoofd haalt, zal hij haar kwetsen. Vroeg. Of laat. Pijn doen.
Maar haar hart. Dat kan niet volgen. Ze weet het allemaal niet meer. Ze is ervan overtuigd dat ze zonder hem kan. Dat ze alles perfect kan plaatsen en dat ze zichzelf niets voorliegt.
Ze wil gewoon één keer door die glazen wand breken. Ze wil weten wat er in hem omgaat. Dat is haar doel.
Maar. Kan ze dit zonder zich te laten vangen in zijn web? Zonder dat ze zichzelf verliest in haar eigen gevoelens?
Soms vreest ze. Dat het daarvoor al te laat is. Zeker op momenten zoals nu. Wanneer ze beseft dat ze hem mist.
batterijtjes.
Ze verbleef een week op een eiland. Een bewoond. 't Had er niet meer geregend sinds mei. Na hun komst had het drie dagen na elkaar geregend. Frustrerend.
Maar ze amuseerde zich, zag veel prachtige dingen en ontspande zich. Hoewel zij en haar reisgezellin actieve meiden zijn die niet kunnen stilzitten. Ze werden echter vaak gedwongen om even stil te zitten en niets te doen, met dank aan bussen die niet komen opdagen. Het riep frustraties op maar misschien was het een teken om hen te doen beseffen dat gejaagd leven niet altijd nodig is.
Na een week was ze het wel gewoon geworden. Dat niet-gestresseerde bestaan. Hoewel die bussen en andere dingen haar soms nog meer stress bezorgden. Maar het was anders. Ze had het niet in handen, niet onder controle.
Ze besefte in wat voor westers land ze leefde. Een land vol regels en wetten. Ze moet dit. Ze mag dat niet. Daaruit bestaat haar leven. En dat van vele anderen. Als je dit niet doet, moet je dat doen. Als je dat doet, dan moet je dat doen als 'straf'.
Op haar bewoonde eiland was dit niet het geval. Verkeersregels werden er zowat genegeerd. Bussen kwamen op ongeregelde tijdstippen en niemand die er iets over zei. Ze waren het gewoon.
Op de Belgische luchthaven werd ze gecontroleerd en bekeken alsof ze de meest wrede misdadiger was die er bestond. Op het luchthaventje van het eiland was er amper controle, mocht ze zelfs 2l water meenemen zonder dat er iemand iets op zei.
Terug in België werd ze onmiddellijk in de harde realiteit geworpen. De jachtigheid van het leven kroop meteen in haar kleren.
Ze hoopt dat haar batterijtjes het een jaar zullen uithouden.
Rode stylo.
Ze kwam terecht naast een stil meisje en ze wisselden geen woord uit. Ze zeiden bijna niks tegen elkaar. Slechs één zin werd uitgesproken: 'Mag ik je rode stylo eens lenen?'. 'Ja hoor.' En daar bleef het bij. Stilzwijgend zaten ze de uren uit.
Tien jaar later kijken de twee stille meisjes terug op een schitterende tijd. Ze werden beste vriendinnen en ze werden al gauw aanzien als twee kwetterende tieners.
Raar, hoe de tijd zo snel voorbij gaat. Hoeveel een mens meemaakt in tien jaar. Hoe lang een vriendschap kan bestaan.
Hoe één zinnetje nooit wordt vergeten.
Parkfeest.
Er is feest in het park. En ze wordt aangesproken door een jongeman.
22 jaar wonen ze in dezelfde gemeente. 10 jaar geleden deden ze samen hun plechtige communie. En nu hadden ze hun eerste gesprek ooit. Op een festivalweide, kilometers van hun thuisbasis.
Het was het begin van een schitterende avond vol onverwachte ontmoetingen.
De jongen bleek tof en zijn vrienden waren dat ook. Oorspronkelijk was er maar één link tussen de twee vriendengroepen: het kruisje dat zij en de jongeman ooit tegelijkertijd droegen. Al gauw bleek dat één van z'n vrienden nog had gekust met een ex-klasgenoot van haar, dat ze bevriend waren met andere ex-klasgenoten, enz. Wat is de wereld toch klein!
Ze gingen elk hun weg maar de vrienden van 'de kruisjesdragers' besloten e-mailadressen en telefoonnummers uit te wisselen. En zij. Zij stonden erbij en keken er naar.
Nog niet helemaal bekomen van die onverwachte ontmoeting, wachtte de volgende haar al op. Klasgenoten. Onverwacht maar aangenaam.
En toen.
Toen.
Toen zag ze hém. De jongen van de ASCII-liefde. Hij die de vonken van het pc-scherm laat springen.
Hij zat daar. Helemaal onverwacht. Ongepland. Op de schoot van één of ander meisje dan nog.
Ze was niet op deze ontmoeting voorbereid en was even helemaal het noorden kwijt. Maar. Ze vermande zich en kon haar acute zenuwaanval nog best de baas blijven. Al zegt ze het zelf.
Ze voerden een kort gesprek, in het bijzijn van andere bekenden. De zenuwen gierden door haar keel en ze wilde eigenlijk zo snel mogelijk bij hem weg. Maar toch ook niet.
Haar avond zou niet verpest worden door hem. Nee, mocht niet. Ze ging een feesttent binnen, zonder hem. En ze amuseerde zich, ook zonder hem.
Tegenstrijdige gevoelens wilden haar hersenen overspoelen, maar ze hield het tegen. Ze wou genieten van het feest. Niet denken aan hem. Wat moeilijk lukte.
Maar moeilijk gaat ook.
De plechtigecommuniejongen en z'n vrienden kwamen hen opnieuw vergezellen en overtuigden hen voor een ritje op de botsauto's. De heren van 22 werden opnieuw jongetjes van 12 en botsten dat het een lieve deugd was. Ze werd door elkaar geschud, heen en weer geslingerd.
Uiteindelijk belandden ze zelfs even op de eerstehulppost doordat een arm (niet de hare) gekneld was geraakt tussen een autootje en het lichaam dat aan de arm vasthing. Gelukkig zonder veel erg.
Ze had een schitterende avond en nacht gehad. Vol onverwachte wendingen. Ontmoetingen.
Op de terugreis met de trein warmde de zon haar gezicht op. Zachtjes.
Een glimlach ontstond spontaan. Ze voelde zich gelukkig.
Gewoon gelukkig.
Oogsnoepjes (3).
Oogsnoepje! Hij is terug!
Nog 2 dagen.
Oogsnoepjes (2)
- "Wie komt niet meer terug?"
- "Wel, de jongen-van-transport."
- Vragende blikken en zij die vraagt: "De jobstudent? Met z'n stoppelbaardje?"
- "Ja, die. Hij heeft een kar tegen z'n voet gekregen. Hij komt niet meer terug."
Ze wist het. Ze had een naar gevoel toen ze hem maandag maar één keer had gezien.
Dinsdag had ze hem gezocht maar niet gevonden. Verschillende scenario's had ze doorlopen maar geen enkel bleek geschikt te zijn. Een arbeidsongeval was wel het laatste waar ze aan dacht.
Maandag had hij dus een kar tegen z'n voet gekregen en een helse pijn gevoeld. Hij was lijkbleek geworden en werd vervolgens naar een ziekenhuis gebracht.
Er was heel wat commotie geweest maar ze had er niets van gemerkt.
- "Een serieuze spierscheur. Neenee, die zal wel niet meer terugkomen."
De dag had nog nooit zo lang geduurd.
Heel even had ze gedacht dat haar echt niets werd gegund. Zelfs geen blik.
Zelfs geen snoepje. Haar oogsnoepje.
Oogsnoepjes.
Ze houdt van foto's. Maar ook van mooie beelden die ze ziet. Op straat. Op de trein. Op school. Overal.
En ze slaat ze op op haar interne harde schijf.
Telkens ze ergens is, gaat ze dan ook op zoek naar mooie beelden. Eyecandy. Zoals nu op haar werk.
Deze keer zijn het mensen. Mannen.
Het zijn er drie maar eentje spant de kroon. Hij ziet er lief uit, warm. Hij straalt iets uit wat haar blij maakt.
Ze kent z'n naam niet. En hij die van haar ook niet. Ze hebben nog maar een paar woorden gewisseld, ze krijgen er ook de kans niet toe. Ze hebben op andere momenten pauze en ze zien elkaar enkel op het Centrale Punt, waar kletsen onmogelijk is.
Telkens wanneer ze elkaar kruisen, doen hun blikken dat ook. Dan krijgt zij een lieve glimlach toegeworpen.
Het is jammer dat ze hem niet wat beter kan leren kennen. Maar tegelijk ook niet.
Oogsnoepjes moeten mysterieus blijven. Afstand moet bewaard worden. Onbereikbaar voor een poosje.
Hij blijft haar oogsnoepje. Voorlopig toch nog.
Nog 7 dagen.
Meneer.
Ze denkt hier bij niet aan meisjes maar aan hersens. Gedachten. Hersenspinsels.
Ze had dit weekend een etentje met de 3 meiden. Heel gezellig. Veel gegeten. Veel gelachen. Veel gepraat. Zij vooral veel geluisterd. Veel stof tot nadenken.
In tegenstelling tot de andere drie, werken haar hersentjes altijd iets trager en moet alles eerst wat doordringen vooraleer ze een zinnig antwoord kan formuleren. Ze vraagt zich soms zelfs af of er niets mis is met die grijze massa van haar.
Ze kwam opnieuw, achteraf, tot de conclusie dat er veel te veel wordt nagedacht, beredeneerd, geanalyseerd. 'Waarom ...?' 'Hoe ... ?' 'Wanneer ... ?' 'Wie .... ?'
Te leergierig of nieuwsgierig. Te vaak een antwoord willen wanneer er geen antwoord is.
Maar niet enkel dat. De onzekerheid die haar leven soms beheerst, heeft ze aan zichzelf te wijten. Deels toch. Ze denkt teveel na, begint daardoor te twijfelen en dan is alles om zeep.
Ze mag dan wel een doener zijn. Soms overheerst de denker. Stilletjes in haar hoofd.
De doener wordt verdrongen door de gedachten die de grijze hersencellen produceren. Maar die moeten worden uitgeschakeld. Af en toe.
Want. Ze maken ons kapot. Meneer.
ijs.
(on)bereikbaar.
Hoe dichtbij het in feite ook is. Het lijkt zo veraf. Ze heeft het gevoel dat ze nu meer mist ook al is dat niet zo logisch. Het was beter als het niet bereikbaar was. Dan kon ze uitkijken naar het moment waarop het onbereikbare bereikbaar werd.
Nu het zover is, lijkt het minder leuk. De eerste momenten kon ze haar geluk niet op. Eindelijk! Ze had er naar uitgekeken. Twee weken iets gemist wat ze niet hoort te missen. Iets waarvan ze op voorhand had gedacht dat ze het niet zou missen. Maar blijkbaar zit datgene toch iets dieper dan ze dacht. Zeg maar 'veel dieper'.
Wanneer het gemis hoort over te zijn, voelt ze nieuw gemis. Datgene waarnaar ze al die tijd heeft verlangd, lijkt verder af dan ooit tevoren.
Misschien wil ze te veel. Eist ze te veel. Had ze het zich allemaal wat anders voorgesteld.
Misschien moet ze er gewoon wat tijd over laten gaan.
Misschien moet ze het gewoon vergeten.
Ja. Vergeten.
Huildruppels.
Pijn. Enkel pijn.
Tranen vullen haar ogen. Straatstenen vangen de huildruppels op. De mensenmassa kijkt haar aan.
Vragende blikken.
Een bevestiging komt zoveel harder aan dan de gedachte alleen.
Ze heeft het gevoel weer van nul te moeten beginnen. Maar wil ze dat wel? Is het het allemaal wel waard. Is ze in feite wel iets waard...
Ze wordt verondersteld enthousiast te zijn. Maar ze kan het niet. Hoe verschrikkelijk egoïstisch ze dat ook vindt.
Twijfels die er waren. Zijn terug. Meer dan ooit.
Stil.
Ze loopt doorheen een massa mensen. Mensen in alle soorten en maten. Maar ze heeft het gevoel alleen te zijn. Blikken doorboren haar. Ze denkt te horen wat ze denken. Krimpt ineen.
Het voelt aan alsof iemand een stukje uit haar heeft weggenomen waardoor ze ineenzakt als een pudding. Betekenisloos. Verloren.
Langzaam verdwijnt ze. Lost op. Ongemerkt en geruisloos.
Weg.
geurengeheugen.
Echte atleten met gespierde armen en benen zoeven voorbij op hun stalen rossen. Hier en daar herkent ze een wielrenner. De gezichten van de rest worden onzichtbaar gemaakt door de hoge snelheid waarmee ze voorbijrijden.
Wat voor haar echter echt telt, is de sfeer en de geur. Een massa mensen die klaar staan om hun favorieten en helden een paar meter vooruit te schreeuwen. De huivering die door het publiek gaat wanneer iemand valt. Het gejoel en de gezamenlijke vreugdekreet die door merg en been gaat wanneer de publiekslieveling wint. Schitterend.
Wat zij het meest onthoudt, is de geur. Ze heeft een fantastisch reukorgaan geërfd. Ze ruikt als de beste. Wat zo z'n voor- en nadelen heeft. Parfum kan veel te sterk geuren waardoor ze immense hoofdpijn krijgt. Stank komt ook dubbel zo hard in haar neus terecht.
Maar goede geuren. Lekkere geuren. Daar kan ze dubbel zo hard van genieten. Zo houdt ze van de geur van wielrennersbenen, ingewreven met massageolie. Van babygeur. Van een lekkere mannengeur. Van een bos. Van de geur die opstijgt nadat het net heeft geregend. Van het bladeren door een oud boek. ...
Daarnaast heeft ze een fantastisch geurengeheugen. Een bepaalde geur kan zoveel herinneringen oproepen. De herinnering is sterker en intenser. Ze beleeft alles veel sterker opnieuw.
Wat zou ze doen zonder haar neus?
Boom.
Deze vraag kreeg ze van haar maatje. Die stelt graag dergelijke vragen. Ze voelt altijd een beetje paniek opborrelen wanneer het Grote Vragenspel begint maar het is altijd plezant. En interessant. Het zit gewoon tussen haar oren.
Deze keer moest ze dus de boomvraag beantwoorden. Ze wist het meteen. Welke boom.
Een mooie, elegante boom. Het tegengestelde van wat ze zelf is dus. Een boom die het water zachtjes aait, die sierlijk door de wind wordt bewogen. Ze zag zichzelf al staan. Als ... treurwilg.
Treurwilg! Ze wil wel een sierlijke, mooie en elegante boom zijn. Maar toch geen treurwilg. Ze wil niet treurig zijn. Ze wil symbool staan voor vrolijkheid en blijdschap, niet voor verdriet en droevig zijn.
Ze heeft dan ook de ambitie om de eerste vrolijke treurwilg te zijn. De blijwilg!!
Ze zat er toch een beetje mee verveeld. Met het feit dat ze een nieuwe boom zou zijn.
En toen. Toen wist ze het. Ze zou een kerstboom zijn. Vol glitters en glamour. Alleen blije gezichtjes.
Wat moet het heerlijk zijn. Dag in en uit versierd te worden!
Oude bekende.
Te lang.
Ze had zin om dit uit te schreeuwen. Om een briefje op haar hoofd te plakken met daarop bovenstaande tekst. Om omhelsd te worden. Geknuffeld. Gekust. Ze kan er enkel van dromen.
Ze had proberen terugdenken aan de tijd waarin ze werd liefgehad. Tevergeefs. Ze vond de herinneringen niet terug. Te lang geleden. Te ver verstopt. Was die tijd er ooit wel geweest?
Smeekbedes om aandacht werden genegeerd. Vooral door hem. En dat deed pijn. Het deed haar beseffen dat het weer op niets zou uitdraaien. Dat het blijkbaar toch onmogelijk is haar lief te hebben.
alles maar tegelijk ook niets.
Tijd om na te denken. Over dingen die ze zou kunnen doen. Die ze graag zou doen. Die ze nu niet kan doen omdat ze stil zit te zitten in de tijd.
Wat een leven heeft ze toch. Ze mag niet klagen, ze doet het nu al veel te veel. Ze heeft alles om gelukkig te zijn. Een leuke thuis, toffe vriendinnen en vrienden bij wie ze volledig zichzelf kan zijn, een dak boven haar hoofd, een diploma en een tweede op komst, enz. Anderen zouden misschien wel vechten voor haar leven.
Maar toch. Toch is er dat één plekje dat maar niet opgevuld raakt.
Ze vraagt het zich vaak af. Hoe het zou zijn. Met twee. Zou ze dan écht écht gelukkig zijn? Zou ze dan niets vinden om over te zagen? Natuurlijk wel. Een mens heeft altijd iets nodig om over te klagen. Wat is het leven zonder gezeur? Moet ze het daarom maar doorstaan?
Ze kan het niet. Ze kan niet geloven dat ze haar hele leven het gevoel moet hebben niet graag gezien te kunnen worden. Er moet toch iemand zijn.
Iemand?
Eén van de 6 miljard.
De examen waren gedaan en daar hoorde een feestje bij. Ze had er zin in en de rest van de feestvierders zag het ook wel zitten. De laatste uitnodigingen werden verstuurd per sms en ze hoopte op snelle reacties. Vooral op reactie van één persoon. Iemand die nooit iets zou terugsturen. Iemand die ze momenteel wel kan verwensen.
Potverdikke. Ze heeft er zoveel energie in gestopt. Hij had haar zo goed doen voelen. En nu. Nu laat diezelfde persoon die haar op wolkjes had laten lopen, haar door regenbuien lopen. Ze haat het dat haar gemoedstoestand afhankelijk is van één van de 6 miljard mensen op deze aardbol.
Maar ze heeft zich geamuseerd. 't Was tof. Vooral vermoeiend. Maar tof.
Ze kan alleen maar besluiten dat ze hem absoluut niet nodig heeft om een schitterende tijd te beleven. Ze kan het alleen ook wel aan!
hoe het nooit is geweest.
De ze van hem. Ze heeft een naam. Een lelijke naam. Maar het is een naam. Dat maakt het allemaal nog moeilijker. Ze weet nu hoe ze er uit ziet, hoe ze spreekt. Het ergste is dan nog dat ze sympathiek lijkt.
Ze had liever niet geweten hoe ze was. Het is gemakkelijker iemand te verwensen die je zelf een gezicht en karakter hebt gegeven dan iemand die achteraf bekeken nog wel sympathiek blijkt te zijn. Hoewel ze er zichzelf toe verplicht haar niet sympathiek te vinden. Dat was ze ook niet. Ze was eigenlijk een beetje dom. Ze was ook lelijk, had drie uitstulpende bobbels op haar rug en twee hoofden en een staart.
*zucht*
Het lost niets op. Er zit niets anders op dan dan harde realiteit onder ogen te zien. Het zal nooit wat worden. Het zal altijd blijven zoals het is geweest. Haar hoofd zal haar atlijd blijven herinneren aan hoe het nooit is geweest.
weg.
Waarom heeft ze nu aan iedereen verteld hoe ze zich voelde? Waarom weet de halve wereld wat de oorzaak was van haar eeuwige glimlach? Ze had het nooit mogen vertellen, besefte ze een uur geleden.
Ze zag hem. Zei niet zoveel tegen haar. Ging aan het bellen. En plots zomaar uit het niets stond ze daar. Hij bleef bellen maar zij bleef wachten. Een of andere vrouwelijke schoonheid waartegen ze niet is opgewassen. Hij geeft haar veel meer aandacht, vindt haar blijkbaar bijzonder interessant en praat er zelfs langer tegen dan zij ooit tegen elkaar hebben gepraat.
En zij? Zij zat in haar auto. Bleef er zitten. Tranen onderdrukken.
Toen reed ze weg. En ze hoopt dat ook hij wegrijdt. Uit haar hoofd.
worden blijven zijn
Ze had zich voorgenomen om niets te vertellen. Om het hele zootje ongeregeld voor zich te houden. Om de binnenkant van haar hoofd en haar buik niet aan de buitenwereld te tonen. Ze kon het zo goed, heeft dat altijd al volgehouden. Maar deze keer dus niet. Geen karakter ... absoluut niet.
Eén persoon had ze al in vertrouwen genomen. Of eerder ... die heeft het er zelf moeten uitsleuren. Maar goed ook want anders was het niet houdbaar geweest. Nu kon ze tenminste tegen één iemand eerlijk zijn en tonen hoe ze zich voelde. Ze hoefde voor één persoon haar glimlach-die-ze-niet-van-haar-gezicht-kreeg niet te verbergen.
Maar ja. Nu weet ook een tweede persoon op welke hoge wolk ze drijft. En een derde. En eigenlijk ook een vierde. En ja ... ook een vijfde. En tot slot ook nog een zesde. Het zijn er maar zes maar ze heeft het gevoel alsof het er zes miljard zijn. Iedereen weet hoe gelukzalig ze erbij loopt. Behalve één persoon. De persoon die haar op die wolk plaatste, de persoon die ervoor zorgt dat de glimlach niet verdwijnt. Hij.
Zij. Verliefd worden, blijven en zijn.
Regendruppels vs zonnestralen.
In ieder geval loeide de digitale passie vrijdag weer op. Ze speelde een gevaarlijk spel. Een zeer gevaarlijk spel. Maar het was zo ... verslavend! Ze wilde steeds meer. Ze wilde hem vooral bij zich. Ze genoot van de aandacht en van de hilarische maar vooral vreemde digitale gesprekken.
En nu zit ze weer in een dipje. Het is niet zoals het zou moeten zijn. Totaal niet. En dat is zo jammer. Ze wil hem wel eens onder vier ogen spreken. Zomaar, om hem wat te leren kennen. Echt kennen en echt ontmoeten. Maar dat durft ze niet vragen.
Ze heeft het gevoel dat het voor hem louter een spelletje is. Niets meer dan dat. Maar voor haar is het wel meer. Hoe meer ze er over nadenkt, hoe meer ze beseft dat hij zich een hoofdrol in haar hoofd heeft opgeëist. Ze betrapte zichzelf vandaag meermaals op dagdromen. Dromen over hem. En haar. Samen.
Hoe vrolijk ze gister de hele dag was, hoe droevig voelt ze zich nu. Ze wil zo graag dat het eens normaal verloopt. Zoals bij andere mensen. Gewoon zoals het moet zijn. Ze kan het wel schreeuwen. Maar ze durft niet.
Ze had dit weekend vaak gesprekken met haar 'best friend'. Toeval of niet, die heeft net hetzelfde voor. Alleen loopt het in die situatie zoals het zou moeten lopen. Zij leren elkaar kennen op een normale manier. Door gesprekken te voeren, échte gesprekken. Normale gesprekken. Ze wou dat het bij haar ook zo was.
Door dit hele voorval beseft ze dat ze zich geen illusies mag en kan maken. Maar daarvoor is het al te laat. Veel te laat. Hij zit in haar hoofd en bezorgt haar pijn. Hij bezorgt haar tranen. Maar ook een glim- en schaterlach. De zonnestralen vechten tegen de regendruppels. Waarom moet het ook altijd lopen zoals het niet moet lopen?
Kan het leven nu niet voor één keer normaal zijn?
ASCII-liefde
Hij die haar van warmte kon (en vooral wou) voorzien.
Zij wou eigenlijk dat hij haar kon aanvullen in haar bestaan. Dat hij één van de ontbrekende puzzelstukjes was waarnaar zij al een tijdje zoekt. Maar loos alarm. Denkt ze nu.
't Was lang geleden dat ze zich zo had gevoeld, gewoon gelukkig en dit allemaal door de aandacht van één individu. Mensen vroegen haar waarom ze zo liep te stralen, ze betrapte zichzelf op een brede glimlach en ze wist met zichzelf geen blijf. Wanneer ze er anders suf bij liep, liep ze nu over van energie.
Gesprekken via de digitale snelweg werden steeds langer en vooral vreemder. Ze bedacht hoe raar het was. Ze kenden elkaar nauwelijks maar wisselden heel vertrouwelijke informatie uit. Twee dagen na de eerste kennismaking was ze reeds verslaafd. Ze kon niet meer zonder, verlangde ernaar hem te 'zien'. Hij maakte haar vrolijk en gelukkig.
De levensechte ontmoetingen nadien waren iets minder intens. Koel. Alsof ze elkaar niet kenden. Ze dacht dat de 'liefde' over was. Maar diezelfde avond loeide de digitale passie weer op. Bizar. Leuk. Maar fout. Helemaal fout.
Ze nestelt zichzelf in een web van verlangen, verlangen in ASCII-code. Ze beseft dat ze enkel op zoek is naar aandacht, aandacht die ze nu krijgt maar die niet zo bedoeld is. 't Is een spelletje waar ze best zo snel mogelijk mee stopt.
Morgen stopt ze er mee. Denkt ze.
Eerst nog wat genieten.
Zuchtend en snikkend
Ze kan een zucht niet onderdrukken. Hoe hard ze probeert alles te verdringen, hoe minder ze er in slaagt. Ze is best gelukkig in haar eentje, amuseert zich zo ook te pletter. Maar er is een leeg plekje dat stilaan moet opgevuld worden.
Ze mist de genegenheid en de liefde.
Ze mist de warmte en de gezelligheid.
Ze mist zelfvertrouwen en bevestiging.
Ze mist hem. Ook al kan ze momenteel niet echt bedenken wie hij wel zou kunnen zijn. Hoewel er al een hele tijd een vage schim haar hersenen beheerst. Maar dat ligt aan het mooie weer.
Ze zou hem waarschijnlijk snel beu zijn. Maar ze heeft het nodig. Ze begint zich steeds onzekerder te voelen. Twijfelt constant aan zichzelf. Is niet tevreden met haar uiterlijk. Voelt zich misvormd en een buitenaards wezen. Alleen in haar soort. Eenzaam.
En zo gaat het telkens opnieuw. Ze begint te denken aan leuke dingen. Dwaalt af. Eindigt uiteindelijk al huilend.
Ze heeft hem nodig. Nu.
Tussen droom en stress
Maar aan alle mooie sprookjes komt een eind. Dat was nu ook het geval. De leuke periode was voorbij, de stressperiode kondigt zich aan. Gelukkig heeft ze het nu minstens even druk met minder leuke dingen zodat het zwarte gat blijft waar het moet blijven. Ver weg.
Hoewel ze één eenzame hersenkronkel niet kan onderdrukken. Die blijft terugkeren. Vannacht opnieuw, daar was hij. In haar droom dan nog wel. In feite wil ze die gedacht niet kwijt, het bezorgt haar een ontspanningsmoment in tijden van spanning. Ze kan er volledig zichzelf zijn en zelf bepalen wat ze al dan niet doet. Ze kan zo impulsief zijn als ze wil. Ze kan zijn zoals ze dat enkel in haar stoutste dromen kan.
Leve dromenland!
Spoken en Suikerspinnen
Te vroeg
"Waarom?" en "Te vroeg" is het enige wat ze er op kan zeggen. Hij was pas 19 en gisteren levenloos aangetroffen. Zomaar. Plots. Zonder grote aanleiding.
Een mens is een nietig wezen dat niets zelf kan bepalen. We worden in zekere zin geleefd, of we het nu willen of niet. Wat hebben we zelf in de hand? Bitter weinig.
Als plots wordt bepaald dat het genoeg is geweest, heb je daar weinig aan te veranderen. Het gebeurt plots, veel te plots.
Ze heeft beseft dat het iedereen kan overkomen. Dat we moeten genieten van de momenten die we samen hebben. Van de mooie momenten die we beleven. Ze is van nature vrij optimistisch en dat moet zo blijven. Na deze gebeurtenissen, is ze er nog zekerder van. Het geeft geen zin om als een zuurpruim door het leven te gaan, we moeten het elkaar zo aangenaam mogelijk maken voor de tijd die er nog is.
Hij was pas 19. Voor altijd.
Emotionele viervaksbaan
Ze voelde zich heen en weer geslingerd tussen blij en toch niet, net voor ze vertrok naar het zuiden van dit Europa. Ze is nu terug en het gevoel is er niet op verbeterd.
Ze had een leuke tijd, zag mooie dingen en ontspande zich ook wel (hoewel enige stress vaak kwam boven drijven). Terug thuis is ze in bed gekropen en werd ze de volgende morgen wakker met een stevige griep, die haar zelfs nu nog, bijna een week later, achtervolgt.
De week was dus bewogen. Enerzijds blij omdat de reis leuk was, maar toch ook triest omdat het al gedaan was. Enerzijds voelde ze zich down omdat ze net nu ziek was, in haar "vrije" week, maar anderzijds was het wel beter nu dan tijdens de examens. De week beloofde zoveel moois maar dat werd allemaal teniet gedaan door die verdomde griep en de gevoelens. Ze zou heel wat mensen terugzien op wat een leuk feestje beloofde te worden en ze had kaarten voor een musical. Allemaal gecanceld. Verdomme.
Dan was er ook nog haar hond, die is gestorven. Ook daar voelde ze zich heel slecht door, anderzijds had ze wel het gevoel dat dit momenteel het beste was want de hond was doodziek.
Ze had ook haar examenresultaten gekregen en die waren goed, dus daarom was ze wel blij. Ze voelde zich opgelucht. Anderzijds kwam dan weer de stress doordat ze niet goed wist hoe ze het tweede semester ooit kon overleven. Ze voelde zich alleen met haar probleem, nergens hulp.
Alleen op een emotionele viervaksbaan.
Heen en weer.
Enerzijds heel blij dat de examens voorbij zijn, anderzijds is er weer de twijfel. Zullen ze wel goed zijn? Ze wil zo graag dat diploma hebben. Vandaag besefte ze nogmaals dat het echt wel dit is wat ze wil. Maar wat als het niet lukt? Soms krijgt ze het gevoel dat ze niet echt gesteund wordt in de keuze die ze heeft gemaakt. En dat is heel lastig. Er alleen voor staan, ook al is dat niet waar. Er moet maar één iemand "tegen" haar beslissing gekant zijn en de rest niet, dan voelt ze zich slecht. Zoals nu een beetje.
Normaal gezien zou morgen een leuke dag moeten worden. Ze gaat Europa wat verkennen, het zuiden, voor een paar dagen. Ze kijkt er naar uit. Maar toch voelt ze niet de euforie die ze anders voelt. Alweer om diezelfde reden. Alweer het gevoel dat niemand haar steunt. Momenteel heeft ze de indruk dat niemand haar die trip "gunt". Dan heeft ze weer spijt van die impulsieve beslissing. Dan heeft ze weer spijt van het voornemen dat ze heeft genomen. Iedereen snauwt haar precies af en daar kan ze niet zo goed tegen. Ze voelt de tranen prikken achter haar oogbollen.
Komt daar nog eens bij dat ze al de hele dag zit te piekeren. Na te denken. Over dingen waarover ze beter niet zou nadenken..
Gemis
Ze was er niet in geslaagd die storm in haar hoofd te bedaren. Soms moet je die storm eens laten uitrazen tot de wind vanzelf gaan liggen.
En gisteren was het dus weer zo ver. Niet alleen buiten waaiden het 100 km/u, ook in haar hoofd was het windkracht 9.
't Was haar allemaal een beetje teveel geworden. Ze had heel veel gewerkt aan een groepswerk dat er in feite geen was doordat de werkende kern van de groep slechts uit één persoon bestond. Het andere deel van het duo had er geen zin in, zoals eerder vermeld.
In ieder geval liep het gisteren een beetje uit de hand. Dat andere deel was ineens in actie geschoten. Of liever gezegd, ze had de hulp van een externe ingeroepen. Die vond dat al het werk slecht was. Hij zou het verbeteren.
Daar ging haar moed en trots. Ze kon wel huilen. En dat deed ze eigenlijk ook. Ze was echter vastberaden, ze zou aan het langste eind trekken en dat gaf haar ook wel wat kracht. Toen het haar teveel werd is ze uiteindelijk toch gevlucht.
En toen kwam het. Ineens. Plots. Zomaar.
Het Gemis.
Ze had nood aan een paar stevige armen die haar zouden omklemmen en even uit die harde wereld zouden nemen. Die haar zouden sussen en zeggen dat het allemaal wel goed kwam. Armen die haar zachtjes in slaap zouden wiegen en de warmte zouden geven die ze zo hard miste.
Maar ze werd wakker, rillend van de kou.
Varen
Niet zomaar een toertje maken, maar hij wil voor de rest van zijn leven in die boot zitten. In een huwelijksbootje.
Jawel. Hij trouwt...
Ze is er nog niet helemaal goed van. Hij is amper een jaar ouder en zet toch al die definitieve stap. Ze mag er niet aan denken. Ze zou in feite op dit moment ook nog niet eens weten met wie ze voor de rest van haar leven zou willen ronddobberen op die oceaan van het leven. Laat staan dat ze dat op papier zou willen zien staan. Dat is zo definitief, daar kan je niet van terug. Dat is zo beklemmend. Dat is zo 'oud'.
Misschien is ze stiekem wel een beetje jaloers. Niet dat ze nu zelf per se in zo'n boot wil stappen. Ze zou gewoon het gevoel willen hebben dat er iemand is die haar kan begeleiden naar en op dat gevaarte. En vooral iemand waarmee ze zichzelf al die jaren ziet door te komen.
Volgend jaar meldt hij waarschijnlijk het heugelijke nieuws dat hij papa wordt. Dan zou ze waarschijnlijk echte jaloezie voelen. Ofwel zou ze dan gewoon stikken.
Iemand een reddingssloep?
lijstje
Wat wil ze in dit jaar verwezenlijkt zien?
- eindelijk die cursus gebarentaal beginnen
- een cursus fotografie ernstig overwegen/volgen
- sportief wezen (te lezen als: een sport uitkiezen en die ook regelmatig uitvoeren)
- meer lef hebben en die impulsieve kant niet te veel onderdrukken
- ...
Ze heeft veel meer dingen in dat hoofd van haar zitten maar die weigert ze neer te typen omdat ze bang is dat dit negatieve gevolgen zal hebben. Misschien moet ze die bijgelovigheid ook maar proberen wegwerken...
Snurkende Gino
Aangezien haar status nog steeds 'alleenstaand maar toch gelukkig' is, is dat niet altijd even leuk. Ondanks het feit dat ze wel gelukkig is, zo op haar eentje, wordt ze ieder jaar opnieuw geconfronteerd met het feit dat de stoel naast haar alweer leeg is. Gezellig is anders.
Maar ondertussen heeft ze die verdomde feestjes toch wel weer goed overleefd.. Min of meer toch.
Gister was ze het slachtoffer van de tofste kant van de familie... Ze vonden namelijk dat ze niet genoeg haar best deed om een man aan de haak te slaan: "Met 3 vriendinnen oudejaar vieren? Jamaar, zo gaat ge nooit aan ne vent geraken, hé, ge moet ook een beetje moeite doen!!"
Dit werd natuurlijk wel als grap bedoeld, maar ondertussen was men al duchtig aan het overleggen welke huwelijkskandidaat ze hadden...
De oudste neef, eveneens vrijgezel, had de 21-jarige Nigeriaanse James (student burgerlijk ingenieur) in de aanbieding, en één van de nichten had 3 jongens, zonen van een schooldirecteur ... Hilariteit alom.
Ze besloten dan maar 52 mannen te zoeken, één voor elke week. Maar het zou voor zich spreken dat ze ze niet alle 52 zou nodig hebben. Zo kieskeurig zou ze toch niet zijn?
Als laatste (en door iedereen enthousiast onthaalde) oplossing, kwam meedoen aan het programma 'Blind Date' uit de bus.. Ondertussen was ze bijna onder tafel gezakt om subtiel te kunnen wegvluchten van het feestgedruis. Maar dat was buiten de menigte gerekend ...
Binnenkort ziet u haar dus misschien op de buis. Tussen een trio zielige mannen die tevergeefs het hart van haar proberen te winnen door het meekwelen van MariahCareyMuziek, het wereldrecord jumpen te verbreken of het opzeggen van een gedicht dat werd geschreven in het 3e leerjaar. Waarna ze op reis mag vertrekken met de minst zielige van de drie, naar Tenerife of Benidorm.
Er wordt dan ook verondersteld dat ze nog eens haar hart komt blootleggen voor half Vlaanderen. Dan mag ze zeggen dat Gino verdacht veel weg heeft van een baviaan, dat hij kan snurken als de beste (zelfs met 3 tussenmuren werd ze er nog wakker van), dat hij er vandoor ging met een inheemse bejaarde en dat zij uiteindelijk 4 dagen aan het zwembad heeft gelegen waar ze een knappe ober heeft leren kennen. En ja, hij is ondertussen al verhuisd naar België. Hij leert Nederlands en bouwt hun huis. Met vier kinderkamers want ze is eigenlijk al zwanger van hun eerste tweeling...
Ze houdt die stoel naast zich liever vrij.