't Was weer zo ver. Gisteren.
Ze was er niet in geslaagd die storm in haar hoofd te bedaren. Soms moet je die storm eens laten uitrazen tot de wind vanzelf gaan liggen.
En gisteren was het dus weer zo ver. Niet alleen buiten waaiden het 100 km/u, ook in haar hoofd was het windkracht 9.
't Was haar allemaal een beetje teveel geworden. Ze had heel veel gewerkt aan een groepswerk dat er in feite geen was doordat de werkende kern van de groep slechts uit één persoon bestond. Het andere deel van het duo had er geen zin in, zoals eerder vermeld.
In ieder geval liep het gisteren een beetje uit de hand. Dat andere deel was ineens in actie geschoten. Of liever gezegd, ze had de hulp van een externe ingeroepen. Die vond dat al het werk slecht was. Hij zou het verbeteren.
Daar ging haar moed en trots. Ze kon wel huilen. En dat deed ze eigenlijk ook. Ze was echter vastberaden, ze zou aan het langste eind trekken en dat gaf haar ook wel wat kracht. Toen het haar teveel werd is ze uiteindelijk toch gevlucht.
En toen kwam het. Ineens. Plots. Zomaar.
Het Gemis.
Ze had nood aan een paar stevige armen die haar zouden omklemmen en even uit die harde wereld zouden nemen. Die haar zouden sussen en zeggen dat het allemaal wel goed kwam. Armen die haar zachtjes in slaap zouden wiegen en de warmte zouden geven die ze zo hard miste.
Maar ze werd wakker, rillend van de kou.
Ze was er niet in geslaagd die storm in haar hoofd te bedaren. Soms moet je die storm eens laten uitrazen tot de wind vanzelf gaan liggen.
En gisteren was het dus weer zo ver. Niet alleen buiten waaiden het 100 km/u, ook in haar hoofd was het windkracht 9.
't Was haar allemaal een beetje teveel geworden. Ze had heel veel gewerkt aan een groepswerk dat er in feite geen was doordat de werkende kern van de groep slechts uit één persoon bestond. Het andere deel van het duo had er geen zin in, zoals eerder vermeld.
In ieder geval liep het gisteren een beetje uit de hand. Dat andere deel was ineens in actie geschoten. Of liever gezegd, ze had de hulp van een externe ingeroepen. Die vond dat al het werk slecht was. Hij zou het verbeteren.
Daar ging haar moed en trots. Ze kon wel huilen. En dat deed ze eigenlijk ook. Ze was echter vastberaden, ze zou aan het langste eind trekken en dat gaf haar ook wel wat kracht. Toen het haar teveel werd is ze uiteindelijk toch gevlucht.
En toen kwam het. Ineens. Plots. Zomaar.
Het Gemis.
Ze had nood aan een paar stevige armen die haar zouden omklemmen en even uit die harde wereld zouden nemen. Die haar zouden sussen en zeggen dat het allemaal wel goed kwam. Armen die haar zachtjes in slaap zouden wiegen en de warmte zouden geven die ze zo hard miste.
Maar ze werd wakker, rillend van de kou.
0 reacties:
Een reactie posten