RSS Feed

Parkfeest.

'Hé, ken je mij nog?'

Er is feest in het park. En ze wordt aangesproken door een jongeman.

22 jaar wonen ze in dezelfde gemeente. 10 jaar geleden deden ze samen hun plechtige communie. En nu hadden ze hun eerste gesprek ooit. Op een festivalweide, kilometers van hun thuisbasis.

Het was het begin van een schitterende avond vol onverwachte ontmoetingen.
De jongen bleek tof en zijn vrienden waren dat ook. Oorspronkelijk was er maar één link tussen de twee vriendengroepen: het kruisje dat zij en de jongeman ooit tegelijkertijd droegen. Al gauw bleek dat één van z'n vrienden nog had gekust met een ex-klasgenoot van haar, dat ze bevriend waren met andere ex-klasgenoten, enz. Wat is de wereld toch klein!

Ze gingen elk hun weg maar de vrienden van 'de kruisjesdragers' besloten e-mailadressen en telefoonnummers uit te wisselen. En zij. Zij stonden erbij en keken er naar.

Nog niet helemaal bekomen van die onverwachte ontmoeting, wachtte de volgende haar al op. Klasgenoten. Onverwacht maar aangenaam.

En toen.
Toen.
Toen zag ze hém. De jongen van de ASCII-liefde. Hij die de vonken van het pc-scherm laat springen.
Hij zat daar. Helemaal onverwacht. Ongepland. Op de schoot van één of ander meisje dan nog.
Ze was niet op deze ontmoeting voorbereid en was even helemaal het noorden kwijt. Maar. Ze vermande zich en kon haar acute zenuwaanval nog best de baas blijven. Al zegt ze het zelf.
Ze voerden een kort gesprek, in het bijzijn van andere bekenden. De zenuwen gierden door haar keel en ze wilde eigenlijk zo snel mogelijk bij hem weg. Maar toch ook niet.

Haar avond zou niet verpest worden door hem. Nee, mocht niet. Ze ging een feesttent binnen, zonder hem. En ze amuseerde zich, ook zonder hem.
Tegenstrijdige gevoelens wilden haar hersenen overspoelen, maar ze hield het tegen. Ze wou genieten van het feest. Niet denken aan hem. Wat moeilijk lukte.

Maar moeilijk gaat ook.

De plechtigecommuniejongen en z'n vrienden kwamen hen opnieuw vergezellen en overtuigden hen voor een ritje op de botsauto's. De heren van 22 werden opnieuw jongetjes van 12 en botsten dat het een lieve deugd was. Ze werd door elkaar geschud, heen en weer geslingerd.
Uiteindelijk belandden ze zelfs even op de eerstehulppost doordat een arm (niet de hare) gekneld was geraakt tussen een autootje en het lichaam dat aan de arm vasthing. Gelukkig zonder veel erg.

Ze had een schitterende avond en nacht gehad. Vol onverwachte wendingen. Ontmoetingen.

Op de terugreis met de trein warmde de zon haar gezicht op. Zachtjes.
Een glimlach ontstond spontaan. Ze voelde zich gelukkig.

Gewoon gelukkig.

Oogsnoepjes (3).

Ze wandelt met haar kar richting het Centrale Punt. En daar. Daar staat hij.

Oogsnoepje! Hij is terug!

Nog 2 dagen.

Oogsnoepjes (2)

- "Hij komt niet meer terug hé." Collegejobstudent verbreekt de stilte tijdens de pauze.
- "Wie komt niet meer terug?"
- "Wel, de jongen-van-transport."
- Vragende blikken en zij die vraagt: "De jobstudent? Met z'n stoppelbaardje?"
- "Ja, die. Hij heeft een kar tegen z'n voet gekregen. Hij komt niet meer terug."

Ze wist het. Ze had een naar gevoel toen ze hem maandag maar één keer had gezien.
Dinsdag had ze hem gezocht maar niet gevonden. Verschillende scenario's had ze doorlopen maar geen enkel bleek geschikt te zijn. Een arbeidsongeval was wel het laatste waar ze aan dacht.

Maandag had hij dus een kar tegen z'n voet gekregen en een helse pijn gevoeld. Hij was lijkbleek geworden en werd vervolgens naar een ziekenhuis gebracht.
Er was heel wat commotie geweest maar ze had er niets van gemerkt.

- "Een serieuze spierscheur. Neenee, die zal wel niet meer terugkomen."

De dag had nog nooit zo lang geduurd.
Heel even had ze gedacht dat haar echt niets werd gegund. Zelfs geen blik.

Zelfs geen snoepje. Haar oogsnoepje.

Oogsnoepjes.

Ze heeft een geurgeheugen. En een beeldgeheugen.

Ze houdt van foto's. Maar ook van mooie beelden die ze ziet. Op straat. Op de trein. Op school. Overal.
En ze slaat ze op op haar interne harde schijf.

Telkens ze ergens is, gaat ze dan ook op zoek naar mooie beelden. Eyecandy. Zoals nu op haar werk.
Deze keer zijn het mensen. Mannen.
Het zijn er drie maar eentje spant de kroon. Hij ziet er lief uit, warm. Hij straalt iets uit wat haar blij maakt.
Ze kent z'n naam niet. En hij die van haar ook niet. Ze hebben nog maar een paar woorden gewisseld, ze krijgen er ook de kans niet toe. Ze hebben op andere momenten pauze en ze zien elkaar enkel op het Centrale Punt, waar kletsen onmogelijk is.
Telkens wanneer ze elkaar kruisen, doen hun blikken dat ook. Dan krijgt zij een lieve glimlach toegeworpen.

Het is jammer dat ze hem niet wat beter kan leren kennen. Maar tegelijk ook niet.
Oogsnoepjes moeten mysterieus blijven. Afstand moet bewaard worden. Onbereikbaar voor een poosje.

Hij blijft haar oogsnoepje. Voorlopig toch nog.
Nog 7 dagen.

Meneer.

Ze maken ons kapot, meneer.

Ze denkt hier bij niet aan meisjes maar aan hersens. Gedachten. Hersenspinsels.

Ze had dit weekend een etentje met de 3 meiden. Heel gezellig. Veel gegeten. Veel gelachen. Veel gepraat. Zij vooral veel geluisterd. Veel stof tot nadenken.
In tegenstelling tot de andere drie, werken haar hersentjes altijd iets trager en moet alles eerst wat doordringen vooraleer ze een zinnig antwoord kan formuleren. Ze vraagt zich soms zelfs af of er niets mis is met die grijze massa van haar.

Ze kwam opnieuw, achteraf, tot de conclusie dat er veel te veel wordt nagedacht, beredeneerd, geanalyseerd. 'Waarom ...?' 'Hoe ... ?' 'Wanneer ... ?' 'Wie .... ?'
Te leergierig of nieuwsgierig. Te vaak een antwoord willen wanneer er geen antwoord is.

Maar niet enkel dat. De onzekerheid die haar leven soms beheerst, heeft ze aan zichzelf te wijten. Deels toch. Ze denkt teveel na, begint daardoor te twijfelen en dan is alles om zeep.

Ze mag dan wel een doener zijn. Soms overheerst de denker. Stilletjes in haar hoofd.
De doener wordt verdrongen door de gedachten die de grijze hersencellen produceren. Maar die moeten worden uitgeschakeld. Af en toe.

Want. Ze maken ons kapot. Meneer.

ijs.

10 jaar, 8 jaar en 6 jaar.
Zo lang kent ze de mensen waarmee ze zaterdagnacht in het park is beland. Ze deelden samen de schoolbanken, maakten samen zeer goede taken, gingen samen op schoolreis naar Italië, deden vele leuke uitjes, enz. Kortom, ze hadden in die 6 jaar middelbare school een leuke tijd.
't Is inmiddels 4 jaar geleden dat ze samen afstudeerden en ze probeerden nog regelmatig af te spreken, wat niet zo evident was doordat ze allemaal andere dingen studeerden. Maar dergelijke reünies waren altijd zeer gezellig en er werd telkens heel wat gepraat en gelachen.
Ook dit weekend was er een onverwachte 'bijeenkomst'. Uiteindelijk werd afgezakt naar het park met een paar flessen drank en chips. 't Werd een schitterende nacht. Ze zag zelfs een zéér heldere vallende ster!
Hoe leuk die vorige samenkomsten en belevenissen ook waren, ze konden niet tippen aan die nacht in het park. Hoe lang ze die mensen ook kent en hoe hecht ze vroeger ook waren, nog nooit was er zo een ontspannen sfeer. Iedereen was zichzelf, alles was bespreekbaar. Super!
Ze had het gevoel voor het eerst écht zichzelf te zijn bij iedereen. Ook anderen, die nooit hun ziel hadden blootgelegd, ontdooiden.
6 jaar om door het ijs heen te breken.