Ze weet het echt niet meer. Een week bleef het vrij stil op gebied van digitaal verkeer. Toen ze hem echter gewoon ontmoette, voelde ze toch weer iets wat er anders nog niet was geweest. Ze waren niet met hun tweetjes geweest, het was een doodgewone ontmoeting zoals er dagelijks wel zijn. Maar het was anders. Ze kon niet stoppen met kijken naar zijn fonkelende ogen en hij gaf haar precies ook iets meer aandacht dan anders. Of beeldde ze het zich maar in?
In ieder geval loeide de digitale passie vrijdag weer op. Ze speelde een gevaarlijk spel. Een zeer gevaarlijk spel. Maar het was zo ... verslavend! Ze wilde steeds meer. Ze wilde hem vooral bij zich. Ze genoot van de aandacht en van de hilarische maar vooral vreemde digitale gesprekken.
En nu zit ze weer in een dipje. Het is niet zoals het zou moeten zijn. Totaal niet. En dat is zo jammer. Ze wil hem wel eens onder vier ogen spreken. Zomaar, om hem wat te leren kennen. Echt kennen en echt ontmoeten. Maar dat durft ze niet vragen.
Ze heeft het gevoel dat het voor hem louter een spelletje is. Niets meer dan dat. Maar voor haar is het wel meer. Hoe meer ze er over nadenkt, hoe meer ze beseft dat hij zich een hoofdrol in haar hoofd heeft opgeëist. Ze betrapte zichzelf vandaag meermaals op dagdromen. Dromen over hem. En haar. Samen.
Hoe vrolijk ze gister de hele dag was, hoe droevig voelt ze zich nu. Ze wil zo graag dat het eens normaal verloopt. Zoals bij andere mensen. Gewoon zoals het moet zijn. Ze kan het wel schreeuwen. Maar ze durft niet.
Ze had dit weekend vaak gesprekken met haar 'best friend'. Toeval of niet, die heeft net hetzelfde voor. Alleen loopt het in die situatie zoals het zou moeten lopen. Zij leren elkaar kennen op een normale manier. Door gesprekken te voeren, échte gesprekken. Normale gesprekken. Ze wou dat het bij haar ook zo was.
Door dit hele voorval beseft ze dat ze zich geen illusies mag en kan maken. Maar daarvoor is het al te laat. Veel te laat. Hij zit in haar hoofd en bezorgt haar pijn. Hij bezorgt haar tranen. Maar ook een glim- en schaterlach. De zonnestralen vechten tegen de regendruppels. Waarom moet het ook altijd lopen zoals het niet moet lopen?
Kan het leven nu niet voor één keer normaal zijn?
ASCII-liefde
Ze dacht dat ze hem had gevonden.
Hij die haar van warmte kon (en vooral wou) voorzien.
Zij wou eigenlijk dat hij haar kon aanvullen in haar bestaan. Dat hij één van de ontbrekende puzzelstukjes was waarnaar zij al een tijdje zoekt. Maar loos alarm. Denkt ze nu.
't Was lang geleden dat ze zich zo had gevoeld, gewoon gelukkig en dit allemaal door de aandacht van één individu. Mensen vroegen haar waarom ze zo liep te stralen, ze betrapte zichzelf op een brede glimlach en ze wist met zichzelf geen blijf. Wanneer ze er anders suf bij liep, liep ze nu over van energie.
Gesprekken via de digitale snelweg werden steeds langer en vooral vreemder. Ze bedacht hoe raar het was. Ze kenden elkaar nauwelijks maar wisselden heel vertrouwelijke informatie uit. Twee dagen na de eerste kennismaking was ze reeds verslaafd. Ze kon niet meer zonder, verlangde ernaar hem te 'zien'. Hij maakte haar vrolijk en gelukkig.
De levensechte ontmoetingen nadien waren iets minder intens. Koel. Alsof ze elkaar niet kenden. Ze dacht dat de 'liefde' over was. Maar diezelfde avond loeide de digitale passie weer op. Bizar. Leuk. Maar fout. Helemaal fout.
Ze nestelt zichzelf in een web van verlangen, verlangen in ASCII-code. Ze beseft dat ze enkel op zoek is naar aandacht, aandacht die ze nu krijgt maar die niet zo bedoeld is. 't Is een spelletje waar ze best zo snel mogelijk mee stopt.
Morgen stopt ze er mee. Denkt ze.
Eerst nog wat genieten.
Hij die haar van warmte kon (en vooral wou) voorzien.
Zij wou eigenlijk dat hij haar kon aanvullen in haar bestaan. Dat hij één van de ontbrekende puzzelstukjes was waarnaar zij al een tijdje zoekt. Maar loos alarm. Denkt ze nu.
't Was lang geleden dat ze zich zo had gevoeld, gewoon gelukkig en dit allemaal door de aandacht van één individu. Mensen vroegen haar waarom ze zo liep te stralen, ze betrapte zichzelf op een brede glimlach en ze wist met zichzelf geen blijf. Wanneer ze er anders suf bij liep, liep ze nu over van energie.
Gesprekken via de digitale snelweg werden steeds langer en vooral vreemder. Ze bedacht hoe raar het was. Ze kenden elkaar nauwelijks maar wisselden heel vertrouwelijke informatie uit. Twee dagen na de eerste kennismaking was ze reeds verslaafd. Ze kon niet meer zonder, verlangde ernaar hem te 'zien'. Hij maakte haar vrolijk en gelukkig.
De levensechte ontmoetingen nadien waren iets minder intens. Koel. Alsof ze elkaar niet kenden. Ze dacht dat de 'liefde' over was. Maar diezelfde avond loeide de digitale passie weer op. Bizar. Leuk. Maar fout. Helemaal fout.
Ze nestelt zichzelf in een web van verlangen, verlangen in ASCII-code. Ze beseft dat ze enkel op zoek is naar aandacht, aandacht die ze nu krijgt maar die niet zo bedoeld is. 't Is een spelletje waar ze best zo snel mogelijk mee stopt.
Morgen stopt ze er mee. Denkt ze.
Eerst nog wat genieten.