Ze wist niet hoe ze zich moest voelen.
Teleurgesteld.
Omdat het weer maar eens was gelopen zoals altijd. Terug naar af.
Omdat ze stiekem een heel klein beetje had gehoopt op een andere afloop.
Ook al wist ze het wel. Het is geen goed plan.
Maar vooral.
Opgelucht.
Omdat hij had gezegd wat zij hoorde te zeggen. Omdat hij de woorden had uitgesproken.
Het was niet geweest zoals het zou moeten geweest zijn.
Te gezellig.
Omdat ze schrik had gehad voor het onbekende.
Iets wat nu weer op de lange baan kon worden geschoven.
In elk geval wist ze dat het het beste was wat haar vandaag kon overkomen.
0 reacties:
Een reactie posten