Zo voelde ze zich nu.
De plaats. Het moment.
Hier. En nu. Voelde ze zich gewoon gelukkig.
Gewoon. Gelukkig.
Klokslag 10. In een zomerkleedje. Met de voeten in het gras. Fluitende vogels en een kat die haar omringen. Rustig.
Net een uurtje fietsen in de benen. Ze voelde de ondergaande zon nog op haar rug.
Ze kon duizend dingen bedenken die daar verandering in konden brengen. Maar ze deed het niet.
Ze geniet. Genoot. Heeft genoten.
Zen.
0 reacties:
Een reactie posten