Zo had ze zich gevoeld. En zo voelde ze zich nog steeds.
Ze was nog maar eens geconfronteerd met de eenzaamheid van haar bestaan. 't Was triest gesteld. Ook al was het nu niet bepaald iets waar sommige anderen trots op moesten zijn. Maar toch.
Het voelde alsof de trein was vertrokken en zij op het perron was blijven staan. Iedereen in beweging. Zij niet.
Zelfs de laatste wagon. Die van de wanhopigen. Had ze niet gehaald.
Elk bleef op zijn eigen manier in beweging. Of liet zich voortbewegen. Zij wou vooruit maar raakte niet verder dan het eerste spoor.
'Spring dan toch op de trein!', hadden ze gedacht.
'Ik weet niet waar naartoe, niemand wil mij mee.', had zij in gedachten geantwoord.
Zou ze ooit nog op een bestemming geraken?
Of zou de vertraging oplopen?
Tot levenslang.
1 reacties:
Ergens wacht er een man die de fantastische Annelies zal zien die ik ken en haar de warmte, genegenheid, liefde en allesverterende passie zal geven waarnaar ze zo hunkert.
Een reactie posten