Ze kreeg het warm vanbinnen.
Toen de pretlichtjes in z'n ogen het haar vertelden.
Ze voelde zijn rillingen. Over haar rug.
Toen ze de muziek hoorde die speciaal voor hem werd gespeeld.
Die enkel voor haar werd gezongen.
Ze kreeg hoop.
Of eerder geloof.
Geloof door de warmte van z'n woorden.
In 't feit dat het toch nog bestaat.
Dat het nog kan.
Bij anderen.
0 reacties:
Een reactie posten