RSS Feed

spel.

Opensnijden. Die hersenpan!

Ze krijgt er grijs haar van. en een maagzweer.
Die mannelijke wezens bezorgen haar gewoon koppijn. Wat moet ze er van denken? Wat denken ze zelf? Denken ze eigenlijk wel.

Hij doet haar lachen en gieren en brullen. Maar ook wenen en roepen en tieren. En hij beseft het niet. 't Is een spel. Hij is de speler en zij de pion.

Ze moet nu haar beurt afwachten. In de gevangenis.

Ga terug naar start?

Nederlaag.

Wat overwint? Het hart. Of. Het verstand.

Haar verstand zegt dat ze moet ophouden. Dat ze hem moet vergeten. Dat ze zijn hoofdstuk moet afsluiten. 't Is genoeg geweest. Als ze dat niet doet, als ze hem niet uit haar hoofd haalt, zal hij haar kwetsen. Vroeg. Of laat. Pijn doen.

Maar haar hart. Dat kan niet volgen. Ze weet het allemaal niet meer. Ze is ervan overtuigd dat ze zonder hem kan. Dat ze alles perfect kan plaatsen en dat ze zichzelf niets voorliegt.
Ze wil gewoon één keer door die glazen wand breken. Ze wil weten wat er in hem omgaat. Dat is haar doel.

Maar. Kan ze dit zonder zich te laten vangen in zijn web? Zonder dat ze zichzelf verliest in haar eigen gevoelens?

Soms vreest ze. Dat het daarvoor al te laat is. Zeker op momenten zoals nu. Wanneer ze beseft dat ze hem mist.

batterijtjes.

Ze ging op reis. En ze kwam terug.

Ze verbleef een week op een eiland. Een bewoond. 't Had er niet meer geregend sinds mei. Na hun komst had het drie dagen na elkaar geregend. Frustrerend.

Maar ze amuseerde zich, zag veel prachtige dingen en ontspande zich. Hoewel zij en haar reisgezellin actieve meiden zijn die niet kunnen stilzitten. Ze werden echter vaak gedwongen om even stil te zitten en niets te doen, met dank aan bussen die niet komen opdagen. Het riep frustraties op maar misschien was het een teken om hen te doen beseffen dat gejaagd leven niet altijd nodig is.

Na een week was ze het wel gewoon geworden. Dat niet-gestresseerde bestaan. Hoewel die bussen en andere dingen haar soms nog meer stress bezorgden. Maar het was anders. Ze had het niet in handen, niet onder controle.

Ze besefte in wat voor westers land ze leefde. Een land vol regels en wetten. Ze moet dit. Ze mag dat niet. Daaruit bestaat haar leven. En dat van vele anderen. Als je dit niet doet, moet je dat doen. Als je dat doet, dan moet je dat doen als 'straf'.
Op haar bewoonde eiland was dit niet het geval. Verkeersregels werden er zowat genegeerd. Bussen kwamen op ongeregelde tijdstippen en niemand die er iets over zei. Ze waren het gewoon.

Op de Belgische luchthaven werd ze gecontroleerd en bekeken alsof ze de meest wrede misdadiger was die er bestond. Op het luchthaventje van het eiland was er amper controle, mocht ze zelfs 2l water meenemen zonder dat er iemand iets op zei.

Terug in België werd ze onmiddellijk in de harde realiteit geworpen. De jachtigheid van het leven kroop meteen in haar kleren.

Ze hoopt dat haar batterijtjes het een jaar zullen uithouden.

Rode stylo.

Met knikkende knietjes stapte ze de schoolpoort binnen. Nieuwe gezichten. Nieuwe gebouwen. Nieuwe leerkrachten. Geen juffen meer. Ze keek verwonderd toe hoe meisjes gillend rond elkaars nek vlogen alsof ze elkaar jaren niet hadden gezien. Ze besefte niet dat zij zich de volgende jaren ook zo zou gedragen. Als een gillende puber. In de middelbare school.

Ze kwam terecht naast een stil meisje en ze wisselden geen woord uit. Ze zeiden bijna niks tegen elkaar. Slechs één zin werd uitgesproken: 'Mag ik je rode stylo eens lenen?'. 'Ja hoor.' En daar bleef het bij. Stilzwijgend zaten ze de uren uit.

Tien jaar later kijken de twee stille meisjes terug op een schitterende tijd. Ze werden beste vriendinnen en ze werden al gauw aanzien als twee kwetterende tieners.

Raar, hoe de tijd zo snel voorbij gaat. Hoeveel een mens meemaakt in tien jaar. Hoe lang een vriendschap kan bestaan.
Hoe één zinnetje nooit wordt vergeten.