Mensen zijn rare wezens. Ze roddelen.
Waarom willen we krampachtig alles van een ander weten? Hebben we het al niet moeilijk genoeg om onze eigen rotzooi een beetje onder controle te houden?
Er zijn tijdschriften die leven van het bestaan van roddels. Over bekende mensen. Ze heeft het zich al meermaals afgevraagd hoe dit kom maar ze weet nog steeds geen antwoord. Waarom is het zo interessant dat meneer A naar feest B gaat met mevrouw C en dat mevrouw D een kleed draag van ontwerper E. Misschien is het omdat het iets is wat we zelf niet kunnen doen of meemaken. Misschien omdat het voor een stuk soms herkenbaar is. Of omdat we het gevoel willen hebben er niet alleen voor te staan. Of gewoon om de eigen miserie te vergeten.
Ze moet toegeven dat ze het zelf ook zeer ontspannend vindt om dergelijke roddelblaadjes te lezen. Om er vervolgens met vriendinnen over verder te praten. Hoe onverantwoord het wel niet is dat mevrouw F zwanger is van jongen G.
Ook over universeel minder gekende koppen durft ze zich al eens uit te laten. Dan vraagt ze zich luidop af wat persoon H ziet in persoon I. Waarom persoon J er tegenwoordig zo slecht uit ziet. Hoe het nu weer zat tussen persoon K en persoon L. En ga zo maar door.
Ze doet het wel. Maar misschien niet altijd even bewust.
Ze vond er niets verkeerds aan. Tot ze zelf het onderwerp werd.
Kriebels.
Ze heeft soms van die dagen waarop ze geen zin heeft om een voet te verzetten. Waarop ze liever lui in haar zetel hangt of in haar bed ligt.
Maar soms heeft zo ook van die dagen waarop ze de energie voelt opborrelen. Waarop ze echt wel ièts moet doen, waarop ze niet kan stilzitten. Vandaag was het dus zo'n dag.
De zon scheen. Geen wind. Mooie omgeving.
Al die elementen nodigden haar uit om op de fiets te springen. Hoewel ze nogmaals besefte dat haar conditie verschrikkelijk was, voelde ze zich een klein beetje sportief. Schitterend te zien hoe de paarden door de velden galoppeerden en te horen hoe de vogeltjes wat leven in de brouwerij brachten.
Voor het eerst dit jaar voelde ze hoe de zon haar een beetje energie schonk. De zachte bries streelde haar gezicht en ze genoot van het gevoel.
Lentekriebels.
Ze voelde ze daarnet.
Maar soms heeft zo ook van die dagen waarop ze de energie voelt opborrelen. Waarop ze echt wel ièts moet doen, waarop ze niet kan stilzitten. Vandaag was het dus zo'n dag.
De zon scheen. Geen wind. Mooie omgeving.
Al die elementen nodigden haar uit om op de fiets te springen. Hoewel ze nogmaals besefte dat haar conditie verschrikkelijk was, voelde ze zich een klein beetje sportief. Schitterend te zien hoe de paarden door de velden galoppeerden en te horen hoe de vogeltjes wat leven in de brouwerij brachten.
Voor het eerst dit jaar voelde ze hoe de zon haar een beetje energie schonk. De zachte bries streelde haar gezicht en ze genoot van het gevoel.
Lentekriebels.
Ze voelde ze daarnet.
Wdooren.
Het lukt niet. Niet vandaag.
Ze heeft de woorden in haar hoofd zitten. Ongeveer. Nu moet ze ze enkel nog maar op papier krijgen. In de juiste volgorde. Liefst.
Maar vandaag verspringen de woorden. Van links naar rechts. Van boven naar onder. Diagonaal. En als ze er dan toch in is geslaagd om die lettertjes op de juiste plaats te krijgen.
Dan verspringen de zinnen. Van Links naar rechts. Van boven naar onder. Diagonaal.
Ze zit strop. Vast.
Zelfs hier krijgt ze geen goede zinnen geformuleerd. Geen goede zinnen.
Enkel woorden.
Wrooden. Wdooren. Doorwen.
Ze heeft de woorden in haar hoofd zitten. Ongeveer. Nu moet ze ze enkel nog maar op papier krijgen. In de juiste volgorde. Liefst.
Maar vandaag verspringen de woorden. Van links naar rechts. Van boven naar onder. Diagonaal. En als ze er dan toch in is geslaagd om die lettertjes op de juiste plaats te krijgen.
Dan verspringen de zinnen. Van Links naar rechts. Van boven naar onder. Diagonaal.
Ze zit strop. Vast.
Zelfs hier krijgt ze geen goede zinnen geformuleerd. Geen goede zinnen.
Enkel woorden.
Wrooden. Wdooren. Doorwen.