Ze zag haar. Op de bus. Vier jaar had ze ze niet gezien. Maar ze was blij te zien dat het nu toch goed met haar ging.
Ze waren nog bevriend geweest. Vroeger. Rond hun dertiende. Kwamen in verschillende klassen en het contact verwaterde wat. Zij had een schitterende toekomst voor zich. Ze was ongelofelijk slim. Was heel sportief. Werd zelfs landskampioen in bepaalde sporten. 't Was een goede vriendin. Zag er niet onknap uit. Kortom, een heel leuke meid.
Alles liep op wieltjes. Ze zou bijna afstuderen aan de middelbare school met schitterende cijfers. Zou gaan studeren in een studentenstad en dat alles combineren met een grote portie sport. Ze had sinds kort ook een vriend, een jongen waarnaar menig meisje niet één keer maar twee keer zou omkijken. Vormden een mooi koppel, allebei heel sportief.
Een veel belovende toekomst ...
Tot die ene dag. Dat ene uur. Die ene minuut. Die ene seconde.
Die ene seconde waarop ze aan een razend tempo fietste. Die ene seconde waarop ze aan het luisteren was naar haar favoriete muziek. Die ene seconde waarop ze die auto niet had opgemerkt.
Die ene seconde die haar bijna het leven kostte...
Ze heeft gevochten voor haar leven en heeft de strijd uiteindelijk gewonnen.
Ze kwam terug. Na maanden ziekenhuis en revalidatie. Na bergen pijnstillers. Na een rolstoel en drie paar krukken. Ze kwam terug. Maar hoe.
Duidelijk gehavend. Als een schim van de sterke persoon die ze was geweest. Haar schitterend geheugen met wiskundeknobbel had ze omgeruild voor eentje met halve capaciteit en zonder knobbel.
...
Na al die jaren zag ze haar dus terug. Ze zag er goed uit. Nog steeds niet de persoon die ze was geweest. Maar ze zag er gelukkig uit. Zij studeerde, dat zag ze.
Ze durfde niet denken aan hoe het had kunnen lopen.
Aan hoe alles, werkelijk alles, kan bepaald worden in een fractie van een seconde.
Wat als.
0 reacties:
Een reactie posten