RSS Feed

Proficiat!

Jij bent een gummiebeertje: je ziet er misschien wat vreemd en onnatuurlijk gekleurd uit maar je bent zooo schattig!

Dat was misschien nu net hetgene wat ze liever niet had gelezen.

Ze had het weer niet kunnen laten. Soms heeft ze van die buien waarin ze eens een testje invult. Deze keer zou ze te weten komen welk snoepje ze was. Een gummibeertje, zo bleek.
Wat ze al langer vermoedde, werd nu ook bevestigd. Door een snoepjestest dan nog.
Ze zag er vreemd uit. En ook wel onnatuurlijk gekleurd. Maar omdat moeder natuur dat misschien net iets teveel van het goede vond, kreeg ze toch nog de stempel 'zooo schattig'.

Leuk. Uit medelijden schattig gevonden worden.

Toen ze het aan een vriendin vertelde, antwoordde die 'Goh maar jij ben niet zo flexibel, dus het is nog niet zo erg.' Toevallig was ze wel heel flexibel en kon ze dus net als een gummibeertje in de meest vreemde posities worden geplaatst. Ingeduwd en uitgerokken.

Nogmaals bevestigd. Ze heeft het al meer dan 20 jaar fout. Ze is geen mens.

Ze is een gummibeer.

Wat als.

Ze zag haar. Op de bus. Vier jaar had ze ze niet gezien. Maar ze was blij te zien dat het nu toch goed met haar ging.

Ze waren nog bevriend geweest. Vroeger. Rond hun dertiende. Kwamen in verschillende klassen en het contact verwaterde wat. Zij had een schitterende toekomst voor zich. Ze was ongelofelijk slim. Was heel sportief. Werd zelfs landskampioen in bepaalde sporten. 't Was een goede vriendin. Zag er niet onknap uit. Kortom, een heel leuke meid.

Alles liep op wieltjes. Ze zou bijna afstuderen aan de middelbare school met schitterende cijfers. Zou gaan studeren in een studentenstad en dat alles combineren met een grote portie sport. Ze had sinds kort ook een vriend, een jongen waarnaar menig meisje niet één keer maar twee keer zou omkijken. Vormden een mooi koppel, allebei heel sportief.

Een veel belovende toekomst ...

Tot die ene dag. Dat ene uur. Die ene minuut. Die ene seconde.
Die ene seconde waarop ze aan een razend tempo fietste. Die ene seconde waarop ze aan het luisteren was naar haar favoriete muziek. Die ene seconde waarop ze die auto niet had opgemerkt.
Die ene seconde die haar bijna het leven kostte...

Ze heeft gevochten voor haar leven en heeft de strijd uiteindelijk gewonnen.
Ze kwam terug. Na maanden ziekenhuis en revalidatie. Na bergen pijnstillers. Na een rolstoel en drie paar krukken. Ze kwam terug. Maar hoe.
Duidelijk gehavend. Als een schim van de sterke persoon die ze was geweest. Haar schitterend geheugen met wiskundeknobbel had ze omgeruild voor eentje met halve capaciteit en zonder knobbel.

...

Na al die jaren zag ze haar dus terug. Ze zag er goed uit. Nog steeds niet de persoon die ze was geweest. Maar ze zag er gelukkig uit. Zij studeerde, dat zag ze.

Ze durfde niet denken aan hoe het had kunnen lopen.
Aan hoe alles, werkelijk alles, kan bepaald worden in een fractie van een seconde.
Wat als.

Onstabiel.

Zo voelt ze zich. Twijfelend. Onzeker.

Alsof er in haar hoofd niet kan gekozen worden hoe ze zich nu moet voelen. Blij. Of ook niet.
Ze weet ook niet of er reden is om blij te zijn. Of ook niet.

't Is allemaal zo verdomd ingewikkeld. Ze zou er niet mogen over nadenken. Over het feit of ze nu blij moet zijn of niet. 't Zou gewoon vanzelf moeten gaan.

Maar zo gaat het precies nooit. Niets gaat vanzelf. Alles is moeilijk.

Opstand.

Het is weer zo ver. Examentijd.

En eigenlijk vindt ze dit niet zo erg. Stiekem.
't Is niet dat ze niets liever doet dan leren en stressen. Eigenlijk zou ze dat deel willen weglaten. Maar het gaat haar om de sfeer.

Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Iedereen heeft stress. Het geeft haar zo een warm gevoel. De solidariteit is zo groot. Het klinkt nu wel alsof ze het over een groep bejaarden heeft die elkaar op en af een toeristenbus helpen, maar ze kan het moeilijk anders omschrijven. Ze zou iedereen kunnen doodknuffelen.

Nu is er een probleem opgedoken waardoor de hele groep op z'n kop staat. Er komt zelfs een opstand.
Ze willen mensen aan bomen binden met knipperlichtjes rond, autobanden in brand steken, kinderen van lectoren ontvoeren, andere lectoren kidnappen en losgeld eisen. Of zo.
Of misschien eerder een computer laten crashen, papier in brand steken, banden platsteken, het journaal opbellen en de krant mobiliseren!

Opstand zal er zijn! Willen of niet. Tientallen mails worden over en weer gestuurd. Blijven gaan!

Uiteindelijk zal iedereen er braafjes zijn en even braafjes doen wat van hem/haar gevraagd wordt.
Maar dat klein beetje groepsgevoel, dat ene grote 'we-laten-ons-niet-doen'-gevoel. Dat vindt ze wel tof.

(Ofwel heeft de examenstress gewoon haar hersentjes aangetast.)

Niet langer.

Ze had hem gezien, tijdens de eerste uren van het nieuwe jaar.

En plots werd het haar allemaal heel duidelijk. 't Was gedaan, over en uit.
Hij zag er raar uit, een vlaag vol medelijden kon ze nog net onderdrukken. Ze vroeg zich af hoe ze het in godsnaam zo ver had kunnen laten komen. Wat had ze er ooit in gezien .. De jongen die ze nu voor haar zag was maar een schim van de persoon die haar hoofd een beetje dooreen had geschud. Wat er juist was veranderd, kon ze niet onder woorden brengen. 't Was een gevoel.

Een gevoel van immense kracht. Kracht die haar toeliet om te zeggen dat het over was. Weg met de onzekerheid.

Ze was op een mini-podium geklommen, had één blik naar hem geworpen en daarna niets meer. Eén seconde. Niet langer.
Meer was niet nodig. Om alles uit te wissen.

Moe.

Terwijl ze haar lijf volstopte met eten, vulde haar hoofd zich op met gedachten. Zo ging dat op de eerste dag van het jaar.

Ze dacht heel even terug aan het voorbije jaar, maar niet te lang. Wat gepasseerd is, is voorbij. 't Heeft geen zin om daar nog uren over na te denken en te beseffen wat ze anders had moeten of kunnen doen. Hoe het zou geweest zijn indien ze op dat moment een andere beslissing genomen had.
Dat is denkvoer voor als ze op haar rug naar de voorbijzwevende wolken ligt te kijken. Maar niet voor als ze op een stoel zit met op haar schoot een kind van anderhalf dat gevoed wordt maar eigenlijk niet zo veel zin heeft in dat voedsel en dat dan ook uit z'n mond neemt en probeert in haar mond te steken en met aan haar rechterhand een kind dat bijna naar school mag maar toch nog even een puzzel met haar wil maken en met rondom haar familiemensen die wanhopige pogingen ondernemen om een gesprek te voeren en met vermoeidheidsgraad 8 op de schaal van Slaperigheid. Zucht.

Ze dacht wel aan het leven dat ze nu had. En hoe anders ze het had gezien 10 jaar geleden. Hoe ze het niet zou kunnen geloofd hebben. Hoe ze het niet zou gewild hebben.
Hoe het nu wel is.

Voor één keer nam ze de nieuwjaarswensen die ze kreeg wel in dank af en stak ze geen protestspeech af. Moe om te vechten tegen wat de mensen denken en menen beter te weten. Te moe om hulp af te slaan.

Ze dacht aan de leeftijd die ze weldra zou bereiken en waar ze nog maar stond. Aan de plannen die ze had maar die nu al niet meer haalbaar leken.

Een traan zocht de weg naar haar wang. De eerste traan in het nieuwe jaar. Hoera.