RSS Feed

Oude bekende.

Ze kon een kleine kreet niet onderdrukken. *aargh* Ze begint spontaan te lachen en voelt kriebels!

Ze was 14. Zat in het gras tijdens de middagpauze. Hij had strafstudie en moest blikjes ruimen. Ze zag hem voor het eerst en was op slag verkocht. Hij zag er heel gewoon uit maar zij vond hem zeer speciaal.
Twee jaar lang aanbad ze hem stiekem. Hij was twee jaar ouder en bijgevolg geheel onbereikbaar. Geen haar op zijn prachtige hoofd die er aan dacht aandacht aan haar, puberjong, te schenken. Zo dacht ze.

Ze was 16. Hij ging naar de grote stad. Was volwassen nu. Ze dacht soms eens aan hem en haar hart maakte een sprongetje toen ze hem tijdens de zomer zag. Ze voelde het zelfs een beetje steken toen ze 'n liefje aan z'n hand ontdekte. Ook al kenden ze elkaar helemaal niet.

Ze is 22. Ze dartelt zelf reeds 4 jaar rond in de grote stad. Had hem tijdens die jaren een keer of 4 gezien. Nog steeds die lieve aantrekkelijke jongen die ze uit de duizend zou herkennen. Ze was hem bijna vergeten. Tot nu.
Ze had zonet een foto gezien. Een foto van hem. En van haar nicht. Ze kennen elkaar! Zaten samen een jaar op dezelfde schoolbanken en gingen samen op weekend. Wat is de wereld toch klein.

Ze voelt zich opnieuw dat piepkuiken van 14. De onbereikbare wordt een beetje meer bereikbaar.

Te lang.

'Geef mij aandacht!'

Ze had zin om dit uit te schreeuwen. Om een briefje op haar hoofd te plakken met daarop bovenstaande tekst. Om omhelsd te worden. Geknuffeld. Gekust. Ze kan er enkel van dromen.

Ze had proberen terugdenken aan de tijd waarin ze werd liefgehad. Tevergeefs. Ze vond de herinneringen niet terug. Te lang geleden. Te ver verstopt. Was die tijd er ooit wel geweest?

Smeekbedes om aandacht werden genegeerd. Vooral door hem. En dat deed pijn. Het deed haar beseffen dat het weer op niets zou uitdraaien. Dat het blijkbaar toch onmogelijk is haar lief te hebben.

alles maar tegelijk ook niets.

Ze heeft tijd. Te veel tijd.

Tijd om na te denken. Over dingen die ze zou kunnen doen. Die ze graag zou doen. Die ze nu niet kan doen omdat ze stil zit te zitten in de tijd.

Wat een leven heeft ze toch. Ze mag niet klagen, ze doet het nu al veel te veel. Ze heeft alles om gelukkig te zijn. Een leuke thuis, toffe vriendinnen en vrienden bij wie ze volledig zichzelf kan zijn, een dak boven haar hoofd, een diploma en een tweede op komst, enz. Anderen zouden misschien wel vechten voor haar leven.

Maar toch. Toch is er dat één plekje dat maar niet opgevuld raakt.

Ze vraagt het zich vaak af. Hoe het zou zijn. Met twee. Zou ze dan écht écht gelukkig zijn? Zou ze dan niets vinden om over te zagen? Natuurlijk wel. Een mens heeft altijd iets nodig om over te klagen. Wat is het leven zonder gezeur? Moet ze het daarom maar doorstaan?

Ze kan het niet. Ze kan niet geloven dat ze haar hele leven het gevoel moet hebben niet graag gezien te kunnen worden. Er moet toch iemand zijn.

Iemand?

Eén van de 6 miljard.

Het zou tof worden. Dat wist ze wel.

De examen waren gedaan en daar hoorde een feestje bij. Ze had er zin in en de rest van de feestvierders zag het ook wel zitten. De laatste uitnodigingen werden verstuurd per sms en ze hoopte op snelle reacties. Vooral op reactie van één persoon. Iemand die nooit iets zou terugsturen. Iemand die ze momenteel wel kan verwensen.

Potverdikke. Ze heeft er zoveel energie in gestopt. Hij had haar zo goed doen voelen. En nu. Nu laat diezelfde persoon die haar op wolkjes had laten lopen, haar door regenbuien lopen. Ze haat het dat haar gemoedstoestand afhankelijk is van één van de 6 miljard mensen op deze aardbol.

Maar ze heeft zich geamuseerd. 't Was tof. Vooral vermoeiend. Maar tof.

Ze kan alleen maar besluiten dat ze hem absoluut niet nodig heeft om een schitterende tijd te beleven. Ze kan het alleen ook wel aan!

hoe het nooit is geweest.

Ze heeft een naam.

De ze van hem. Ze heeft een naam. Een lelijke naam. Maar het is een naam. Dat maakt het allemaal nog moeilijker. Ze weet nu hoe ze er uit ziet, hoe ze spreekt. Het ergste is dan nog dat ze sympathiek lijkt.

Ze had liever niet geweten hoe ze was. Het is gemakkelijker iemand te verwensen die je zelf een gezicht en karakter hebt gegeven dan iemand die achteraf bekeken nog wel sympathiek blijkt te zijn. Hoewel ze er zichzelf toe verplicht haar niet sympathiek te vinden. Dat was ze ook niet. Ze was eigenlijk een beetje dom. Ze was ook lelijk, had drie uitstulpende bobbels op haar rug en twee hoofden en een staart.

*zucht*

Het lost niets op. Er zit niets anders op dan dan harde realiteit onder ogen te zien. Het zal nooit wat worden. Het zal altijd blijven zoals het is geweest. Haar hoofd zal haar atlijd blijven herinneren aan hoe het nooit is geweest.

weg.

Ze heeft spijt. Zeer veel spijt.

Waarom heeft ze nu aan iedereen verteld hoe ze zich voelde? Waarom weet de halve wereld wat de oorzaak was van haar eeuwige glimlach? Ze had het nooit mogen vertellen, besefte ze een uur geleden.

Ze zag hem. Zei niet zoveel tegen haar. Ging aan het bellen. En plots zomaar uit het niets stond ze daar. Hij bleef bellen maar zij bleef wachten. Een of andere vrouwelijke schoonheid waartegen ze niet is opgewassen. Hij geeft haar veel meer aandacht, vindt haar blijkbaar bijzonder interessant en praat er zelfs langer tegen dan zij ooit tegen elkaar hebben gepraat.

En zij? Zij zat in haar auto. Bleef er zitten. Tranen onderdrukken.

Toen reed ze weg. En ze hoopt dat ook hij wegrijdt. Uit haar hoofd.

worden blijven zijn

Ze heeft zo hard geprobeerd. Maar niet volgehouden.
Ze had zich voorgenomen om niets te vertellen. Om het hele zootje ongeregeld voor zich te houden. Om de binnenkant van haar hoofd en haar buik niet aan de buitenwereld te tonen. Ze kon het zo goed, heeft dat altijd al volgehouden. Maar deze keer dus niet. Geen karakter ... absoluut niet.

Eén persoon had ze al in vertrouwen genomen. Of eerder ... die heeft het er zelf moeten uitsleuren. Maar goed ook want anders was het niet houdbaar geweest. Nu kon ze tenminste tegen één iemand eerlijk zijn en tonen hoe ze zich voelde. Ze hoefde voor één persoon haar glimlach-die-ze-niet-van-haar-gezicht-kreeg niet te verbergen.

Maar ja. Nu weet ook een tweede persoon op welke hoge wolk ze drijft. En een derde. En eigenlijk ook een vierde. En ja ... ook een vijfde. En tot slot ook nog een zesde. Het zijn er maar zes maar ze heeft het gevoel alsof het er zes miljard zijn. Iedereen weet hoe gelukzalig ze erbij loopt. Behalve één persoon. De persoon die haar op die wolk plaatste, de persoon die ervoor zorgt dat de glimlach niet verdwijnt. Hij.

Zij. Verliefd worden, blijven en zijn.