Een 6-jarig meisje.
Wat wil jij later worden?
- Vlinder
Vlinder? Waarom?
- Dan kan ik overal naartoe vliegen waar ik wil.
Waar.
Ze dacht dat ze droomde. Net zoals die keer toen ze in alle vroegte naar haar bestemming buste en naast zich plots drie tweebultige dieren zag opduiken. De rest van de reizigers bleken niet raar op te kijken van deze kamelen wat haar deed vermoeden dat zij de enige was die ze daadwerkelijk zag. Na een kneepje in haar eigen arm en een over-en-weer-geschud-moment met haar hoofd bleken de 6 hoopjes er nog steeds te staan. Nee, ze droomde niet.
Nu zag ze plots een vrachtwagen sneeuw voorbij rijden. De temperatuur was nog niet tropisch maar ze kwam toch wel een stuk boven het vriespunt. De plaats waar ze vertoefde had al een paar jaar geen grote hoeveelheid sneeuw meer gezien en ook een ijspiste was niet in de omgeving te vinden.
Een paar honderd meter verder zag ze plots twee witte figuren aan de horizon verschijnen. Geen eskimo's die op zoek waren naar hun verdwenen iglo. Het had gekund. Het waren echter spierwitte figuren met een zongebruinde huid. Vrouwlief had manlief in een witte broek en dito polo (die trouwens een paar maten te klein was en bijgevolg zijn niet meer strakke buik mooi naar voor liet komen) gehesen. Mevrouw White had hem vervolgens net geen teenslippers om de voeten geschoven maar hem wel zover gekregen om een iets te krappe kralenketting rond zijn nek te binden.
Een lach werd nog net onderdrukt. Ze kreeg zowaar medelijden toen ze merkte dat de man ook nog eens drie koffers moest vooruit krijgen terwijl vrouwlief (gekleed in witte broek, wit topje en witte ballerina's, bij een temperatuur van om en bij de 6°C) op kop liep en hem aanmaande eens wat voor te maken en niet zo te treuzelen.
Jammer voor de man maar ze droomde opnieuw niet. Rare combinatie, sneeuw en zongebrande huid, maar het bestond.
Ze had die dag meermaals gehoopt dat ze droomde. Dat ze zou wakkerworden en beseffen dat het allemaal maar een nare droom was. Dat ze niet had nagedacht, dat ze niets had gehoord, dat niets waar was, dat ze niets had gehoopt.
Niet was minder waar. Het was de waarheid. Niets dan de waarheid.
Nu zag ze plots een vrachtwagen sneeuw voorbij rijden. De temperatuur was nog niet tropisch maar ze kwam toch wel een stuk boven het vriespunt. De plaats waar ze vertoefde had al een paar jaar geen grote hoeveelheid sneeuw meer gezien en ook een ijspiste was niet in de omgeving te vinden.
Een paar honderd meter verder zag ze plots twee witte figuren aan de horizon verschijnen. Geen eskimo's die op zoek waren naar hun verdwenen iglo. Het had gekund. Het waren echter spierwitte figuren met een zongebruinde huid. Vrouwlief had manlief in een witte broek en dito polo (die trouwens een paar maten te klein was en bijgevolg zijn niet meer strakke buik mooi naar voor liet komen) gehesen. Mevrouw White had hem vervolgens net geen teenslippers om de voeten geschoven maar hem wel zover gekregen om een iets te krappe kralenketting rond zijn nek te binden.
Een lach werd nog net onderdrukt. Ze kreeg zowaar medelijden toen ze merkte dat de man ook nog eens drie koffers moest vooruit krijgen terwijl vrouwlief (gekleed in witte broek, wit topje en witte ballerina's, bij een temperatuur van om en bij de 6°C) op kop liep en hem aanmaande eens wat voor te maken en niet zo te treuzelen.
Jammer voor de man maar ze droomde opnieuw niet. Rare combinatie, sneeuw en zongebrande huid, maar het bestond.
Ze had die dag meermaals gehoopt dat ze droomde. Dat ze zou wakkerworden en beseffen dat het allemaal maar een nare droom was. Dat ze niet had nagedacht, dat ze niets had gehoord, dat niets waar was, dat ze niets had gehoopt.
Niet was minder waar. Het was de waarheid. Niets dan de waarheid.
Verslaafd.
Het bestaat. Mensen die kunnen leven zonder chocolade. Net datgene waaraan zij verslaafd is. Datgene dat haar energie en positiviteit geeft.
Maar blijkbaar is het dus mogelijk om ook zonder deze overheerlijke delicatesse door het leven te gaan. Ze hoorde het vandaag. Meer zelfs. De persoon in kwestie kan geen chocolade in zijn buurt verdragen. Begint spontaan te kokhalzen als die doordringende geur zijn reukorgaan vindt. Zelfs als het als een laagje op een koek ligt gedrapeerd, moet hij het niet. Helemaal niet.
Vreemd. Zeer vreemd.
Ze kan er niet aan doen, maar die persoon bevindt zich al gauw in het vakje 'buitenaards'. Ook al heeft ze hem nog nooit ontmoet. De persoon die haar op de hoogte bracht van het bestaan van dit vreemde creatuur, hoort ook bijna thuis in dat vakje. Die heeft zowat dezelfde afkeer van een ander toch wel heel lekker iets, frietjes.
Dat een mens iets heeft tegen spruitjes of witloof, tot daar aan toe. Zelfs het niet lusten van snoep, kan er bij haar nog wel in. Maar chocolade?!
Chocolade als in brownies, opgevuld met sinaasappelschil, als toplaag op een wafel, heerlijk druipend van een ijsje, chocoladefondue, heerlijk krakende dunne blokjes, paashaasjes, rond een speelgoedje, Sinterklaasjes, rond een stukje marsepein, m&m's, verstopt in een B&J-creatie, op een stokje in een glas hete melk, in een potje bij een pannenkoek, rond mikado-stokjes, pralines, enz.
Ze heeft het nodig. Nu.
Maar blijkbaar is het dus mogelijk om ook zonder deze overheerlijke delicatesse door het leven te gaan. Ze hoorde het vandaag. Meer zelfs. De persoon in kwestie kan geen chocolade in zijn buurt verdragen. Begint spontaan te kokhalzen als die doordringende geur zijn reukorgaan vindt. Zelfs als het als een laagje op een koek ligt gedrapeerd, moet hij het niet. Helemaal niet.
Vreemd. Zeer vreemd.
Ze kan er niet aan doen, maar die persoon bevindt zich al gauw in het vakje 'buitenaards'. Ook al heeft ze hem nog nooit ontmoet. De persoon die haar op de hoogte bracht van het bestaan van dit vreemde creatuur, hoort ook bijna thuis in dat vakje. Die heeft zowat dezelfde afkeer van een ander toch wel heel lekker iets, frietjes.
Dat een mens iets heeft tegen spruitjes of witloof, tot daar aan toe. Zelfs het niet lusten van snoep, kan er bij haar nog wel in. Maar chocolade?!
Chocolade als in brownies, opgevuld met sinaasappelschil, als toplaag op een wafel, heerlijk druipend van een ijsje, chocoladefondue, heerlijk krakende dunne blokjes, paashaasjes, rond een speelgoedje, Sinterklaasjes, rond een stukje marsepein, m&m's, verstopt in een B&J-creatie, op een stokje in een glas hete melk, in een potje bij een pannenkoek, rond mikado-stokjes, pralines, enz.
Ze heeft het nodig. Nu.
Snel.
'Ze wordt dan altijd zo zenuwachtig.. En zo, zo, zo nijdig! Snel kwaad. Ja, echt erg.'
Ze hoorde vandaag deze beschrijving. De conversatie ging tussen haar moeder en broer. Zij was dan het onderwerp van discussie. Zij en haar gebrek aan geduld.
Alles moet snel gaan. Geen tijd te verliezen. Vooruit met de geit! Leve de impulsiviteit.
Lange wachtrijen zijn een hel. Als er iemand zucht in die rij, is zij het meestal. Iemand voorbijsteken zal ze nooit doen en ze wordt dan ook kwaad als iemand dat wel bij haar probeert te doen. Onvoorstelbaar!
Doordat alles snel moet gaan ligt de keuken er dan ook vaak bij als een waar slagveld en heeft haar haar na een verfbeurt meer kleur dan de te schilderen muur. Knip- en plakwerk eindigde in de lagere school steevast in een lijm- en prutsresultaat. Kleren werden verkeerd geknoopt en haar haar maar half gekamd. Haar koppigheid zorgde er dan ook voor dat ze zelden geholpen wou worden. Dat doet haar beseffen dat haar moeder vaak met schaamrood op de wangen een koppig en half aangekleed kind aan de schoolpoort zal gedropt hebben.
Nu nog loopt ze op weg naar school haar oorbellen aan te doen. Maar dat ligt misschien vooral aan het verkeerd inschatten van de tijd. Toch is het gebrek aan geduld niet weggesleten met de tijd. Erger nog. Als ze haar familie mag geloven is het alleen maar erger geworden.
Ze beleefde dan ook helse tijden toen ze de afgelopen periode niet zo snel vooruit kon als ze wou. Wachten vindt ze nutteloos. Tijdverlies. Iets wat ze vandaag meermaals heeft gedacht. Ze had maar niet zo gehaast van de trap moeten komen en snel snel haar schoenen willen aandoen.
Geduld. 't Is een schone deugd.
Dat wordt toch gezegd.
Maar haar lesje heeft ze nog steeds niet geleerd. Daar steekt haar koppigheid een stokje voor.
Ze hoorde vandaag deze beschrijving. De conversatie ging tussen haar moeder en broer. Zij was dan het onderwerp van discussie. Zij en haar gebrek aan geduld.
Alles moet snel gaan. Geen tijd te verliezen. Vooruit met de geit! Leve de impulsiviteit.
Lange wachtrijen zijn een hel. Als er iemand zucht in die rij, is zij het meestal. Iemand voorbijsteken zal ze nooit doen en ze wordt dan ook kwaad als iemand dat wel bij haar probeert te doen. Onvoorstelbaar!
Doordat alles snel moet gaan ligt de keuken er dan ook vaak bij als een waar slagveld en heeft haar haar na een verfbeurt meer kleur dan de te schilderen muur. Knip- en plakwerk eindigde in de lagere school steevast in een lijm- en prutsresultaat. Kleren werden verkeerd geknoopt en haar haar maar half gekamd. Haar koppigheid zorgde er dan ook voor dat ze zelden geholpen wou worden. Dat doet haar beseffen dat haar moeder vaak met schaamrood op de wangen een koppig en half aangekleed kind aan de schoolpoort zal gedropt hebben.
Nu nog loopt ze op weg naar school haar oorbellen aan te doen. Maar dat ligt misschien vooral aan het verkeerd inschatten van de tijd. Toch is het gebrek aan geduld niet weggesleten met de tijd. Erger nog. Als ze haar familie mag geloven is het alleen maar erger geworden.
Ze beleefde dan ook helse tijden toen ze de afgelopen periode niet zo snel vooruit kon als ze wou. Wachten vindt ze nutteloos. Tijdverlies. Iets wat ze vandaag meermaals heeft gedacht. Ze had maar niet zo gehaast van de trap moeten komen en snel snel haar schoenen willen aandoen.
Geduld. 't Is een schone deugd.
Dat wordt toch gezegd.
Maar haar lesje heeft ze nog steeds niet geleerd. Daar steekt haar koppigheid een stokje voor.